"Gore teringhoer! Zeg het! Zeg het!"
Al vroeg in de ochtend heb ik mijn huisje aan kant, hitte is aan mij niet besteed, de wasmachine draait, heb meer dan een uur met Noa gelopen, de schoenen, lange broek en shirt kunnen uit, trek een superdun huisjurkje aan, sluit de rolgordijnen zodat de warmte van de aanstaande dag een beetje buiten blijft.
Het borrelt in mijn bloed en wanneer het borrelt moet ik schrijven, hoe langer ik dat schrijven dan voor me uit schuif, hoe onrustiger ik word. Start het peeceetje op, maak ondertussen de badkamer nog even schoon en ga er maar eens goed voor zitten.
De bovenbuurman draait zijn favoriete ceedeetjes, de huizen zijn zo gehorig, dat ik zelf geen radio aan hoef te zetten, ik vind dat best. Vraag me nog wel even af, of hij niet naar zijn werk moet, eigenlijk is hij alle dagen van huis, maar leg dat naast me neer.
Dan begint het kind te gillen: "Papa, nee! Papa, niet doen! Papa neeeee!"
Hmmmm….
Hier wil ik het mijne van weten, loop naar de kelder en trek de deur open, daar loopt de trap naar boven, in feite sta je dan bij die mensen in de hal. Kan ik alles lekker horen.
Die lol vergaat me snel.
"Wat wou jij? Gore kankerhoer? Twintig jaar getrouwd en dan geen uitleg geven? Wie die vent is die met zijn blote ballen op mijn bank zit? En jij onder de douche? Midden in de nacht?"
Het is even stil. Blijkbaar is de ex-vrouw met hun beider kind op visite. Hij heeft het onlangs nog een keertje met haar geprobeerd, maar het werkte niet en zij besloten dat het beter was uiteen te gaan. Wxe8l de relatie in stand houden, maar niet meer samenwonen en daar blijkt de vrouw nu heel andere, eigen gedachten over te hebben gehad.
Zij tergt hem door haar mond dicht te houden. Ik ken die tactiek, daar maak je mensen alleen maar kwaaier mee want je werpt ze bij voortduring terug op zichzelf en manipuleert hen hiermee een richting op die je welgevalliger is. Richting breekpunt namelijk. Opgeven.
Er is nog een tweede optie, de getergde kan buiten zinnen raken. En dat gebeurt. Omdat er een kind in huis is, bel ik de politie. Laat volwassenen elkaar vooral de hersens in slaan, daar word ik niet warm of koud van, maar dat kind moet daar weg.
Ik volg dit hele tafereel, dat zich jammer genoeg buiten mijn zicht afspeelt, na het telefoontje op mijn gemakje. Ga een peuk draaien en op de bovenste tree van de keldertrap zitten. Ik wil hier niks van missen. Misschien ben ik strakjes wel een heel belangrijke getuige en wie wil dat nou niet zijn?
Toch?
Iets in mij zegt me dat dit geen gewone ruzie is. Dat dit potentieel gevaarlijk is. Het lijkt wel dierlijke proporties aan te nemen. De man komt niet eens meer uit zijn woorden van kwaadheid. Je zou net zo goed kunnen denken dat men een mensaap met een humeurtje op de bovenverdieping losgelaten heeft. De man brult nog slechts. Maar wel zo hard als hij kan, dat dan weer wel.
Ik hoor dat het grote glazen blad van de eetkamertafel aan diggelen gaat, maar gelukkig komt de zus van de man, die samen met de man het bovenwoninkje bewoont aan op de fiets. Voor de zoveelste keer wordt zij door calamiteiten thuis, van haar werkplek geplukt. Zij pakt als eerste het kind bij de lurven en zet het aan de kant van de weg. Het is wxe9xe9r datzelfde manneke. Hij gaat op de stoeprand zitten en peinst.
Ik kijk naar zijn fragiele jongensbenen die nog een beetje zomerbleek onder zijn korte broek uitsteken, ik kijk naar zijn handen die hij om zijn kniexebn slaat. Ik kijk naar de manier waarop hij om zich heen kijkt. Dat wat ik bekijk, vind ik vele malen erger, dan wat er zich op de bovenverdieping af speelt.
Het kind is voor dit moment veilig.
De zus loopt terug naar binnen, de moeder van de man arriveert en een broer van hem en zijn vrouw ook.
Nu breekt pas echt de pleuris uit. De hele mikmak schopt en slaat hij de huiskamer uit en nog van de trap af ook.
Op nog geen halve meter boven mijn hoofd, laat hij ze elke traptrede raken.
Wat een feest!
Of ze zich maar met hun eigen zaken willen bemoeien.
"Flatscreen? Jij wou een flatscreen? Hier heb je dat kutapparaat!" De man trekt het apparaat van de muur en slaat het kapot op de stellage die overbleef van de tafel. "Servies? Mooi servies? Vuile teringkankerhoer?" Daar gaat de porseleinkast. Hij trekt het hele ding van de muur, het rinkelt en kinkelt of het een lieve lust is.
"En nou trek je je bek los, of er gebeuren ongelukken Ik ben niet bang hoor, voor de dood!"
Zie je wel.
Waar blijft die kutpolitie…
De zus opent met de sleutel de voordeur, gaat terug naar binnen, ik hoor haar twijfelen op de bovenste treden van de trap.
"Heb jij daar een mes?"
Ik hoor het haar vragen en ik hoor ook meteen dat de man zijn agressie op haar richt. Dit gaat niet goedkomen, zo weet ik. Ik heb maar een seconde nodig om van die keldertrap op te staan en richting mijn eigen voordeur te gaan, maar het is al raak.
De zus maakt dat ze weg komt, de trap af, trekt de voordeur achter zich dicht en bonst op mijn voordeur: "Maak alsjeblieft open!"
Nog geen halve seconde later slaat de man dwars door het venster van de voordeur heen, ik grijp Noa, ik laat mijn hond niet voor het gedrag van een ordinaire hoer overhoop steken en zeg: "Stil!"
Laat het kreng nu een keertje luisteren…
Ze heeft al die tijd al onophoudelijk geblaft, ook zij had blijkbaar in de gaten dat hier zaken gebeurden die echt niet jofel waren, maar nu is ze stil.
Ik trek haar aan haar kraag de huiskamer in, sluit de huiskamerdeur.
Ik ben niet bang, ben echter wel op mijn hoede.
Ik heb al veel mensen op visite gehad die hebben moeten lachen om mijn riek. Die staat naast de voordeur in de hal. Caat is zelfs van de bank gerold van het lachen, toen ik haar liet zien dat alle vier de oude, ijzeren, roestige spaken, precies door mijn brievenbus passen.
Laat daar nooit in de nacht iemand op het idee komen om te spekken….
Ik pak de riek en denk dat de goede vriend een behoorlijk beetje moet kunnen steken, om mij, met mijn riek in de aanslag, te kunnen raken.
Ik trek de voordeur open en kijk in het vriendelijke gezicht van oom agent en ter plekke kijk ik naar mijn riek, zet het ding achter me tegen een muur en wijs met dezelfde hand naar boven: "Daar moet u zijn."
"Met zijn hoevelen zijn ze?"
"Exe9n amokmaker en die is niet vrolijk."
Ik sluit mijn voordeur, de telefoon gaat: "Waarom staat er zo'n smak politie bij ons op de stoep?"
Dan zie ik het pas, drie wagens, zes agenten en inmiddels een behoorlijke sloot volk en ik schiet in de lach. "Ze komen voor de bovenbuurman, die's een beetje boos."
Twee agenten gaan naar boven, de andere vier spreken met de mensen die hij zojuist zijn huis uitgeslagen heeft.
Het is ineens opmerkelijk stil, tijd voor mijn plekje in de opening van de kelderdeur. Wat gebeurt daar?
"Ach ik heb een beetje te veel gedronken, niks aan de hand…"
De agenten hoeven niks te sussen, hij is de kalmte zelve.
Hij spreekt me altijd aan met u. Ook nadat ik bij herhaling gezegd heb dat ik Josina heet en dat hij me best jij kan noemen. Hij blijft plechtig u zeggen.
Ik had ook eens zo'n buurvrouw. Haar kinderen moesten elk bezoek een hand geven en u blijven zeggen. "Kutoma", mocht echter wel, wanneer grootmoeder van het tuinpad liep en niet het gewenste verjaarskado gebracht had.
Ik heb het dus niet zo op mensen met ultieme beleefdheidsvormen. Doe maar gewoon fatsoenlijk, zou ik zeggen.
Vandaag is het masker van het fatsoen bij de bovenbuurman van het gelaat gegleden en die zet hij wat mij betreft nooit meer terug.
Ik ga maar eens een kopje koffie zetten, het feest is voorbij.
Buiten vraagt de politie of er nog mensen zijn die aangifte willen doen.
"Aangifte tegen je eigen broer? Aangifte tegen je ex-man? Nee, dat kan je niet maken, dat gaan we niet doen."
Allemaal schudden ze het hoofd.
De bovenbuurman wil op weg gaan. Waarnaartoe wil hij niet zeggen. De politie houdt hem net voor mijn voordeur staande, het glas knispert onder de schoenen. "Laat mij los, ik wil gewoon weg hier."
"Maar wij zijn nog niet helemaal klaar met u."
"Kan me niet schelen, ik wil en ik ga weg."
"U gaat helemaal nergens heen."
En dan, zo verraderlijk als strakjes, slaat de waanzin weer toe, hij haalt uit en tikt een agent op zijn koker.
Vier agenten zijn er nodig om de volslagen krankzinnige man te beteugelen. Het wordt een vechtpartij waar de vonken vanaf vliegen.
In de oranje-wit gestreepte strandstoel, die ik eigenlijk kocht voor decoratie, ligt een knaap in mijn inmiddels lommerrijke voortuin, dit op zijn gemakje te bekijken. Recht voor de neus, politiemacht en een opstandeling, die niet van plan is op te geven ook nog. De een na de ander begint zich er mee te bemoeien, de ravage is compleet.
Mooi man.
En dxe1xe1r kijk ik dan weer naar en grinnik voor de tweede keer vandaag.
Ik breng het jonge kind dat nog steeds op het stoepje zit een ijsje.
"Komt papa weer terug?"
"Papa komt weer terug, dat weet ik zeker."
Familieleden ontfermen zich over het kind.
De bovenbuurman verlaat, ten overstaan van de hele straat die uitgelopen is om te komen kijken naar wat er aan de hand is, geboeid en wel mijn voortuin.
Ik sluit de kelderdeur, dit was een mooi feestje. Ik hoor op de bovenverdiepng nog wel geveeg van scherven en het schuiven met dingen, maar ach, de pret is er af, ik ga iets anders doen.
Dan gaat de voordeurbel, het is de zus van de buurman, of ik even met haar wil praten.
Dat wil ik, ik schuif een stoel bij in de voortuin.
"Ik ga er van uit dat je wel het een en ander meegekregen hebt, maar ik wil je op de hoogte brengen van de ernst van deze situatie. Trouwens, weet jij we de politie gebeld heeft?"
"Dat was ik."
"Dat heb je goed gedaan, maar je bent niet de enige hoor, mijn vriend heeft ook alarm geslagen. Onze moeder ook. En denk niet dat ik boos ben of zo, dat je strakjes de voordeur niet opengedaan hebt, mijn broer is uitermate gevaarlijk, daarom heb ik het ook op een rennen gezet."
Ze zwijgt even.
"Je moet weten Josina, mijn broer stapt binnenkort uit het leven, wij als familie weten dit, maar wij moeten maar steeds raden, waar en hoe. Hij loopt al jaren weg voor de hulpverlening, wordt met de dag agressiever en wat ik vandaag gezien heb, voorspelt niet veel goeds. Hij heeft alles, echt alles in huis, kort en klein geslagen. Liep te zwaaien met een mes. Hier gaan ongelukken van komen."
Dan vraag ik maar gewoon het eerste dat in me op komt: "Hebben jullie een goede begrafenisverzekering?"
Ik had haar net zo goed met een hamer op haar dakpan kunnen meppen, zo verbaasd is ze.
"Begrafenisverzekering?"
"Nou, als je weet dat het er aan zit te komen, dan regel je toch dingen?"
Ik weet het, ik ben te nuchter voor bepaalde delicate situaties.
"Dat weet ik niet", zegt ze.
"Kijk dat eens na dan."
Ik heb over deze kwestie maar weinig inhoudelijks toe te voegen.
Maar zij wel.
"Ik ben zo bang voor hetgeen er komen gaat. Ik durf niet meer naar huis vanuit mijn werk. Ik ben altijd bang."
"Dan moet je als de sodemieter een ander onderkomen regelen, blijf hier dan weg en nog eens wat. Wanneer de knop bij mensen wat betreft het al dan niet willen leven eenmaal om is, zet geen moedertjelief die meer terug. Spaar je krachten voor het moment dat het voorbij is."
Ze plukt wat aan haar tas en ik realiseer me voor de zoveelste keer in mijn leven dat ik geen beste gesprekspartner ben in sommige situaties, Ik breng mensen uit balans, schud ze door elkaar, toon ze de rauwheid van het bestaan onverbloemd. Soms in een dosis die zij niet verdragen kunnen.
Maar ik heb ook al geleerd, dat mensen mij niet voor niks kiezen, om mee te praten.
"Er lag een brief op tafel, vandaag", hervat ze. "Een afscheidsbrief. Ik heb hem aan de politie gegeven. Ik hoop dat zij nu iets voor ons als familie kunnen betekenen. Of voor hem. Gelukkig hebben ze hem meegenomen, misschien wordt hij nu ergens opgenomen of zo."
Het is negen uur in de avond, de achterdeur klapt dicht, er steekt een storm op. Ik sluit de vensters, ontsteek de lampen. Al lang voordat normaal gesproken de duisternis valt, wordt het aardedonker. Is dit het noodweer dat men al heel de dag voorspelt?
Vlak voordat ik de rolgordijnen laat zakken, arriveert de bovenbuurman, mxe8t ex en mxe8t kind.
Ik kan voor het eerst vandaag, mijn ogen niet geloven.