PB, Toet en de Vierdaagse

Haar natuurlijk blonde haren reiken over haar rug tot aan haar billen, zij heeft een fris gezicht, staalblauwe ogen. Zou je haar een ijsmuts op zetten, kwam zij regelrecht uit een Russische reclamespot van Coca Cola gewandeld, maar schijn bedriegt, zij is xe9xe9n brok Hollandse klei.

En dat gaat de Vierdaagse van Nijmegen lopen.

Haar vader, PB, heeft het al eerder gedaan. Een van zijn vier dochters aan de hand genomen en nu is Toet aan de beurt. Toet is geen loper, zelfs geen wandelaar. Ja, naar de auto, scooter en bus heen en terug maar afstanden?

Net als de meeste jonge mensen, nooit van gehoord.

PB heeft er dan ook een hard hoofd in en weet dat er maar xe9xe9n ding op zit. Trainen, trainen, trainen. De Vierdaagse van Nijmegen, en dan ook nog de vijftig kilometer, loop je niet op karakter alleen. Daar komt meer bij kijken.

In februari al, worden er goede schoenen gekocht, regenkleding, naadloze sokken. speciaal ondergoed.

Wanneer Caat en ik zoals op elke zondagmorgen voordat we naar een rommelmarkt gaan de week doornemen, koffie en thee leuten, zien we een slaperige Toet het bed uit komen rollen, want haar vader staat al in de startblokken. Nee, geen brakke zondagochtenden meer. Bed uit, eten, tanden poetsen, aankleden en vertrekken.

Caat en ik rommelen gerust een hele zondag. Pakken markten tot aan Oss. Zaak is om in de ochtend een beetje af te stemmen waar PB en Toet in de middag weer opgepakt kunnen gaan worden.

Nee, PB laat Toet niet wegkomen met halfslachtig gewandel. Hij trekt haar het liefst een kilometer  of twintig over haar grenzen en Toet?

Gaat nog liever kapot dan dat ze klaagt.

Het enige dat PB met zijn getrek voor elkaar krijgt is dat Toet haar kilometers niet voor niks getraind wil hebben, steeds vasteberadener gaat zij op haar doel af.

Het is precies een jaar geleden dat de bom in sloeg, bij het gezin van Caat en PB.

Het kindje van Caat junior dat met krap zevenentwintig weken ter wereld kwam, spartelde en daar was meteen alles mee gezegd. Caat was verrukt en misselijkmakend bezorgd.

Ik heb het van dichtbij mogen meemaken. Hoe xe9xe9n milliliter moedermelk, tot drie en zeven kwamen. Hoe het kindje bleek te kunnen horen en zien, hoe functies die pas in de laatste fase van een zwangerschap aangelegd worden, zich spontaan ontwikkelden.

Ik heb gezien hoe belangrijk ineens een Ronald McDonald huis kan zijn, ik heb gezien dat wanneer je in bijna erbarmelijke omstandigheden moet overleven, je je ogen wel moet sluiten voor andermans ellende.

Ik heb ook gezien dat mensen het erg moeilijk hadden met zichzelf om heel andere redenen, ik heb hen een stapje terug zien doen. Vooral geen overlast wilden vormen, maar ik heb ook gezien dat er mensen zijn die gewetenloos het mes dat al een tijdje op hun schapje klaar lag, voor de dag trokken en daarmee een steek in de rug uitdeelden. De ergsten van allen zijn zij die hun gelaat afwenden. Weten dat mensen in nood zijn en net doen of er niets aan de hand is.

Vooral verder willen gaan met de voor hen belangrijke bezigheden.

PB dacht dattie alles al wel gezien had in dit leven en kwam afgelopen jaar in een centrifuge terecht. Dat wat krom was breide hij voor zijn dochters door de lengte of breedte wel weer recht, maar hierin werd hij mooi langs de zijlijn van het leven gezet, hier had zelfs hij niet van terug.

Caat viel wel een kilo per dag af.

De Vierdaagse t-shirts komen van de copy-shop.

De foto van Hollands welvaren op de borst.

De baby, bijna een jaar, kijkt brutaal de camera in, het fronsje heeft hij duidelijk van zijn moeder  PB en Toet dragen dat shirt bij de intocht op de Via Gladiola.

De vraag of het nog ver is, heeft Toet niet xe9xe9n keer aan haar vader gesteld.

PB loopt dit enerverende jaar van zich af. Is een totaal andere richting opgegaan. Heeft de juiste scholing genoten, grotendeels uit eigen zak betaald, de diploma's vallen juist voor de start van de Vierdaagse in de bus. Rijbewijzen voor het groot internationaal vrachtverkeer, hij mag elke denkbare truck met alle soorten lading vervoeren.

Daar heb ik als persson dan weer respect voor. Heel zijn leven in de meest brede zin een vrije jongen geweest, en dan nu, rond zijn vijftigste het roer omgooien.

Kinderen doen wat ze van de ouders zien.

De kinderen van PB kijken naar hun vader en zien wat hij doet.

Hij pakt het stuur in zijn leven en geeft richting. Niet opdat zijn kinderen hem zullen volgen, maar opdat ook zij richting kiezen.

Ach, de opmerkingen zijn niet van de lucht hoor.

"Kun je wel? Oude viezerik? Met zo'n jonge blom? Je zou haar vader kunnen zijn!"

"Toevallig", zegt PB."Ben ik dat ook."

Hij loopt pink in pink met Toet. Zij lopen in gelijke tred. Over de Via Gladiola. Zij hebben het gehaald.

"Halt!"

Zij worden staande gehouden door de poitie wanneer zij de kortste route kiezen door de menigte.

"Houd jij mij dan maar eens tegen", zegt PB tegen de agent.

"Ik heb deze mars samen met mijn dochter voor mijn kleinzoon gelopen, grote jongen wil jij mij gaan beletten hem in mijn  armen te gaan nemen."

De hekken gaan opzij.

 

 

 

 

 

21 August 2011
By on 16:32
Man deel zeven – De verleiding

Er hangt geen grote handdoek die ik nonchalant om me heen kan slaan, ik ben aan de goden overgeleverd. Al een aantal minuten sta ik voor de lichaamslange spiegel op de badkamer van de Bed & Breakfast.

Kijk naar mijn benen.

Tot in de hemel reiken ze, dat schreef ik al eens eerder en dat doen ze nog steeds, maar de weg er naar toe verloopt inmiddels niet meer zo gladjes en het hatelijke licht, wie verzint zoiets, toont dat genadeloos. Ik zie verzakkinkjes, minimaal van aard maar toch, in de anders zo perzikzachte huid rond mijn dijen kun je een vinger boven de kniexebn steken en die met gemak met huid en al een centimeter of twee, drie omhoog halen.

En dan dat broekje….

Onderbroek kun je het gerust noemen. Op televisie noemen ze het een buikcorrigerend slipje. Nou, noem het maar een tent. Rond het jaar achttienhonderd-nog-wat droegen vrouwen zulke dingen ook, maakten hen niet minder aanrekkelijk, overweeg ik, maar toch. Waarom moest ik dat ding nou uitgerekend vandaag aan.

Ach, de man en ik hebben gekust, geknuffeld en zelfs flink gevoosd, maar vandaag is de dag van de eerste daadwerkelijke gemeenschap, dan mag je toch op zijn minst lingerie dragen die een beetje prikkelend van aard is, maar ik, nitwit dat ik er rondloop, denk in de ochtend niet aan de avond die gaat volgen, ik denk aan mijn strakke spijkerbroek en dat ik niet wil dat mijn vette pens daaroverheen blubbert, Op zo'n moment schiet me dat handige broekje dat nog nieuw in de verpakking ligt door mijn hoofd, rats die open, schiet in die onderbroek – sluit mooi aan tot onder de navel –  en ben voor dat moment tevreden met het resultaat.

Als een kind zo blij ben ik met het feit dat ik altijd braaf behaatjes ben blijven dragen. Ik leer het mijn dochters ook: "Draag die dingen wanneer je niet wil dat je borsten rond je veertigste met gemak drie windstreken aan kunnen wijzen."

De gewichtstoename zit niet alleen zo rond mijn buik en benen, maar mijn borsten zijn groter dan ze ooit geweest zijn. En stevig. Mooi ook wel. Daar kijk ik dan nog maar eens even zelf naar, mijn eigenbeeld corrigeert ietwat.

De Man ligt in bed al te wachten, heeft geen haast, gaat nergens meer naar toe.

Nu, voor het eerst, ben ik blij dat de man verliefd is. Hij gaat de weeffoutjes die vrouwen die hun vijftigste gepasseerd zijn nou eenmaal hebben, hoogstwaarschijnlijk niet eens opmerken.

Verliefde mannen zien wat ze willen zien.

Verliefde mannen horen wat ze willen horen.

Dat is me de afgelopen weken meer dan eens duidelijk geworden.

"Verveelt hij je al?" Dat vraagt Ellebel. Ik vraag haar waarom ze dit vraagt. "Nou, da's bij jou de kortste weg naar de exit, of niet dan."

Ellebel heeft gelijk, Ga geen verhaaltjes af zitten steken waarbij ik in gedachten met mijn tenen tap. Ga dan maar gewoon iets voor jezelf doen, kortom, verdoe mijn tijd niet.

Toch is het leerzaam wanneer je volwassen dochters hebt. De wijze waarop zij naar hun moeder kijken en welke vragen zij paraat hebben om de waarde van een eventuele nieuwe relatie van de moeder te toetsen.

"Wat denk je van hem, mam?"

Sjootje.

Sjootje is wat tactischer van aard. Nieuwsgieriger ook. Zal geen enkele deur dichtgooien met een gesloten vraag, zij houdt graag alle opties open.

"Hij is aardig en lief. Goedgemutst en welbespraakt, hetgeen hij zich nog kan veroorloven ook. Ik vind het een aantrekkelijke man, ik ben graag in zijn nabijheid."

Daar zal Sjo het mee moeten doen, ik geef haar mijn belangrijkste overwegingen mee.

Wanneer ik in mijn grote onderbroek de badkamer verlaat en zo elegant mogelijk richting het bed paradeer, schiet het me door mijn hoofd dat ik die onderbroek xf3xf3k op de badkamer al uit had kunnen trekken.

 Stomme trut.

Ach, hij slaat het dekbed al terug. Het jachtseizoen is al enige weken geopend, de vos komt voor de loop, de man laat zich door een enkel broekje niet uit het veld slaan, hij is bijna waar hij wezen wil, er glijdt een tevreden grijns op zijn smoel.

Ik schuif heel doordacht xe9xe9n knie op het bed, zak wat door de andere, wil me naast hem vleien, wanneer het noodlot toe slaat.

KRAMP!

'Wat is er aan de hand? Vertel! Wat gebeurt er?"

Maar ik sta zo strak als een plank, midden in de slaapkamer. Kramp in mijn kuit. Ik wil mijn been strekken, maar dat lukt me niet, grijp me aan het voeteneinde van het bed vast, loop terwijl ik vasthoud een paar passen achteruit en dan ineens krijgen mijn tenen grip op de vloer en kan ik mijn benen strekken.

De kramp vloeit weg, de man staat een beetje verbaasd naast me te kijken, ik sta in de meest ondenkare houding, de pijn te verbijten.

"Kom", zegt de Man.

"Kom maar eens even hier."

Legt me op een lekker plekje, vouwt het dekbed over me heen, stapt aan de andere kant onder de lakens.

"Gaat het weer een beetje?"

Het gaat weer een beetje.

Ik leg mijn hoofd op zijn bovenarm.

Dan schuift hij zijn vlakke hand vanuit mijn heupen tussen mijn schouderbladen, draait hem daar een slag, laat de hand langzaam zakken over mijn rug, steekt zijn wijsvinger onder het dikke elastiek van mijn achterlijke slip en haalt hem met xe9xe9n beweging over mijn heupen, kniexebn en voeten.

En de bovenbenen?

Ach, opa Giesbers zei het al: "Heb je niks aan, die gooi je slechts opzij."

En precies dat doet de Man.

 

 

 

 

 

 

14 August 2011
By on 17:25
Man deel zes

Heb je nog een goed humeurtje?

Ga dan vooral elders bladeren, want ik ga het je aanstonds vergallen.

"Kutlaarzen, waarom moest ik persxe9 die kutlaarzen aan…. Mooi om mee op de bank te zitten, daar had ik ze ook voor gekocht en ik dacht nog dat die paar kilometers achterop een motor geen kwaad konden. Heb ik in de gaten dat je je hele lijf achterop zo'n kutmotor stuurt met je voeten… Heb ik in de gaten dat men niet van plan is van A naar B te rijden, maar lekker te toeren…. En dan die rugzak…. Waarom moest dat ding vooral propvol, elke kilometer voegt gevoelsmatig tien kilo aan dat ding toe…. Ik hxe1xe1t mensen met rugzakken, waarom duikel ik dan bij Caat zo'n ergerlijk ding op, pleur het nog tussen mijn schouderbladen ook…. Ach, mijn nek… Ik heb pijn zoals ik nog nooit gehad heb en erger, het extra kussen xe8n bontvachtje onder mijn kont, doen geen enkele erwt verdwijnen…"

Prinsessengedrag.

Overgehouden aan mijn burn-out.

In de prxe9-historie was ik een echte die-hard. Wanneer het op volhouden aankwam, was ik de koningin.

Daarnaan kwam een abrupt einde toen ik in de grote horecakeuken spontaan stond te braken. Ik kon echt nog geen meter meer vooruit, al mijn systemen vielen uit. Alles in mijn intuxeftieve mens-zijn zei dat het genoeg geweest was.

Bewust zou ik nooit op die gedachte zijn gekomen….

Die burn-out heeft zijn tentakels verder vooruit in mijn leven gestrengeld dan ik had kunnen voorzien.

Alles, en dan heb ik het over xe1lles, in mijn huidige leven, dat maar riekt naar een bezigheid met een volhoudkarakter, laat ik ter plekke uit mijn handen vallen. Niet alleen zaken die op wat voor manier dan ook nuttig zijn, ook zaken die nou eenmaal moeten. Die boeien me niet meer en erger nog, stuiten me tegen de borst.

Ik laat veel meer liggen dan ik me feitelijk kan veroorloven.

Al mijn reguliere betalingsverplichtingen voltrekken zich automatisch. Had je tien jaar geleden eens tegen me moeten zeggen, toen ik nog als een bok op de haverkist zat.

Maar nu?

Ik vind alles best.

De Bed & Breakfast waar we gereserveerd hebben, is voor mij een complete verrassing. Ik heb de Man de vrijheid gegeven iets uit te zoeken en dat heeft hij gedaan: "Ik heb iets voor je uitgekozen waar ik van hoop dat je het leuk vindt."

Da's nog maar de vraag natuurlijk, we kennen elkaar relatief kort. Hoe weet deze man in welke omgeving ik me gemakkelijk zal gaan voelen?

Aan het eind van de wereld, zo voelt het ook en zo heet de stulp daadwerkelijk, draaien we het terrein op. Een enorme hoeve, de poort staat open, we lopen zo maar het paradijs binnen. Een werkelijk adembenemende tuin en de Man kijkt me hoopvol aan: "Mooi"?

"Geweldig."

Ik moet toegeven, hij had geen mooier plekje op deze aarde kunnen kiezen. Dit is geen tuin die gisteren aangelegd is met wat boerengroen, hier is al tientallen jaren, met verstand getuinierd, dat heb ik in xe9xe9n oogopslag wel bekeken.

Koffie?

"Ben je gek", zegt de Man. "Geef ons maar een tof glas wijn en weet je wat? Laat de fles maar staan." Knipoogt naar me.

Ach, zou ik hier maar een week mogen zitten.

Alleen maar kijken.

Ik zie het, het vele werk dat hier verzet wordt om het zo mooi te krijgen. Geen sprietje onkruid, zelfs in de verre uithoeken van de enorme tuin, wordt er niets aan het toeval overgelaten en toch heb je niet het gevoel in een gestyleerde tuin te zitten.

De Man glimt.

Hij heeft zijn uiterste best gedaan om voor mij iets uit te zoeken dat me zou welbehagen en dat doet het.

Niet alleen in gedachten prijs ik hem hiervoor.

Niet elke anderhalve seconde, zoals in mijn eigen tuin, hoeven denken aan dingen die eigenlijk nog gedaan moeten worden, maar gewoon genieten van andermans werk xe8n resultaat.

Dat is al vakantie en de Man heeft dat feilloos in de tjok, schenkt mijn glas nog maar eens bij, laat me stilzwijgend alleen met mijn gedachten.

Hij wil, moe als hij is van het sturen, graag een uurtje plat, ik vind dat best, wens hem welterusten. Beloof hem na een uurtje te wekken. Hij kijkt me enigzins arwanend aan, maar ik beloof het plechtig. Wanneer hij zijn kont gekeerd heeft, weet ik al dat ik hem lekker zal laten slapen.

Het voordeel van lange jaren alleen wonen is dat je leert jezelf te vermaken.

Ook thuis kan ik een glas wijn schenken en buiten op het stoepje zitten genieten van de invallende duisternis. Geen radio, televisie of ander vermaak.

En nu, met deze aanstaande nacht, is de stilte na het motorgeraas van heel de voorgaande dag, een zegening. Ik zie jonge konijntjes voorbij huppelen en een of ander eng beest over het grind kruipen. Meteen gaan mijn blote voeten omhoog richting stang onder de tafel. Die zet ik niet meer op de grond, zo besluit ik.

Een gevaarte komt vlak voor me langs gezoefd.

Strijkt neer op een tak op nog geen twee meter afstand.

Zie ik het goed?

Is dit een Oehoe?

Een echte Oehoe?

Het is er een.

Weet je wel hoe groot een Oehoe is?

De vogel kijkt onverstoorbaar mijn kant op en ik durf nog niet met mijn ogen te knipperen. Denk aan het grote vogelboek dat ik onlangs voor een paar euro op een rommelmarkt kocht omdat ik me ergerde aan mijn eigen onwetendheid op vogelgebied. Nu kan ik me wel voor mijn kop slaan, dat ik niets over de Oehoe gelezen heb, die kutvogel stond nog wel op bladzijde nummer xe9xe9n…

Bijna drie uur later komt een enigzins verbolgen Man naar buiten zeilen: "Ik wxecst het gewoon, jij laat me slapen…"

We drinken samen nog een glas, verkassen naar bed.

Hierover, het naar bed gaan, vertel ik je later en wel om een heel goede reden.

Mannen die alimentatie betalen, mogen de regeling per direkt stopzetten, bij overspel van de ex-vrouw. Tongzoenen mag al gezien, althans ervaren worden, als overspel, vandaar dat ik eigenlijk in de publiciteit mijn snater zou moeten houden in dit verband, maar ik laat me door geen hond nog een pleister op mijn smoel plakken. Ik kom er uitgebreid, net zoals ik zin heb, op terug. Desnoods laat ik over deze kwestie een rechter zijn licht schijnen. Opdat men het maar weet.

Belangrijker voor nu is de ontmoeting vanmiddag, met de eigenaresse van de B&B.

Een vrouw die naar zich laat aan zien, is blijven hangen in de jaren zeventig. Lang, lijzig haar, middenscheiding, intellectueel brilletje, wijde hobbenzakkenkleding, sandalen.

Uiterst vriendelijk, prettig in gesprek.

Daar raak ik mee aan de praat.

Vraag haar, omdat zij het eerder al even liet vallen, wat voor studie zij gedaan heeft en meteen daaraan gekoppeld de vraag hoe zij in vredesnaam aan dit einde van de wereld terecht is gekomen.

Zij steekt van wal en meteen wordt me wxe9xe9r duidelijk, hoe belangrijk gesprekken over het leven met wildvreemde mensen zijn.

"Ach, mijn ouders vonden dat je al je talenten moest benutten en ik kon goed leren, dus ging naar de UvA. Literatuurgeschiedenis, ben er ook in afgestudeerd, ging in Amsterdam lesgeven aan het VWO. Maar ja, mijn Limburgse accent reed me in de wielen, ik werd niet serieus genomen…"

Zij zwijgt even, denkt na en dat doe ik ook. Mijn moeder Clien zei het zestig jaar of langer geleden al, dat dialecten een beperking vormen in het leven en daarom besloot ze, tot grote afkeuring van haar eigen broers en zussen, afstand te doen van haar eigen dorpse dialect. Zij werd weggezet als iemand "met stadse fratsen." Zij voedde haar kinderen op met algemeen Nederlands taalgebruik. Voor dat inzicht ben ik haar nog steeds erkentelijk.

De vrouw hervat.

"Deze hoeve is al eeuwenlang in familiebezit. Ik heb een enorme familie, iedereen waaierde hier af en aan, maar eigenlijk deed niemand iets aan onderhoud. Ik wel. Ik was hier elk weekend en timmerde en zaagde er op los, heb ook deze tuinen aangelegd. Gaandeweg was ik meer hier dan in Amsterdam en op een gegeven dag, ik stond maar een beetje tegen de bloemen te praten, stond mijn vader achter me en schudde zijn hoofd. Hij had er altijd bovenop gezeten. Studeren, studeren, studeren. Opdat geen van zijn kinderen ooit nog net zoals hij, in de mijnen zou eindigen. Maar hij zag het…."

De vrouw slikt zichtbaar iets weg.

"De volgende dag stond hij met de akte van de notaris op de stoep. Hij droeg de hele hoeve en alle landerijen aan mij over, ik kreeg de volledige zeggenschap. Hij zei: "En doe nu maar de rest van je leven hetgeen waarvoor je in de wieg gelegd bent. Blijf weg uit Amsterdam. Maak er maar iets moois van."

De enkele regels die deze vrouw nu spreekt, doen mij beseffen dat ik in mijn opvoeding wel in de juiste richting zit, maar slechts het juiste pad nog moet kiezen.

Dat komt mooi uit.

Ellebel studeert deze maand af.

Chemische biologie.

"Maar, mam… Je denkt toch niet dat ik ooit in een lab ga werken….? Dat wil ik helemaal niet…. Weet je wat ik graag zou willen? Een hondenuitlaatservice beginnen. Elke dag kilometers maken met tig honden, lekker ruig, dat is wat ik me zou wensen."

"Ach kind toch, al die jaren studie, die laat je toch niet zo maar liggen?"

Ellebel heeft me uitgenodigd om bij haar afstuderen aanwezig te zijn.

Een aantal stevige hondenriemen lijken me een uitstekend kadootje.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

5 August 2011
By on 18:58
Man deel vijf

Laat ik zeggen dat ik het al geleerd heb, lezers zijn genuanceerde denkers. Wanneer je goed in staat bent te lezen, word je gedwongen jezelf in andermans situatie te verplaatsen, of je wil of niet.

Dat rijpt.

Ik heb mensen gezien die gestopt zijn met lezen, zij stopten ter plekke ook met het zichzelf ontwikkelen.

Ik worstel.

Ik heb een kind dat de afgelopen jaren met de overtuiging geleefd heeft, dat het goed zou komen tussen de vader en de moeder.  Er is nooit xe9xe9n woord over gesproken, maar ik weet dat het zo is. Dit kind ontloopt me nu.

Tien jaar geleden, ten tijde van de breuk, nam een broer me even apart. Dat was de broer die het spel feilloos in zijn vizier had, zich niet liet misleiden en hij sprak de volgende woorden: "Ach, Josje. Kon je maar met mij in de toekomst kijken. Ik kan je nu niet helpen maar ik kan je wel het volgende meegeven. Over tien jaar spreken we elkaar weer over dit onderwerp, dan bekijken we samen de groei."

Meer was het niet.

Daar kon ik het mee doen.

Maar ik had godzijdank de tegenwoordigheid van geest, me in deze woorden vast te bijten. Ik zou niet zoals zoveel vrouwen in mijn omgeving, wegzakken in wrok, bitterheid en stilstand.

Dacht heel geregeld aan mijn moeder, aan wat ze zei wanneer ik een door haar gesmeerde boterham met pindakaas neerbuigend terzijde schoof: "Denk eens aan de kinderen in Afrika. Zij hebben helemaal niets te eten."

Als kind verfoeide ik mijn moeder hierom, het maakte immers pindakaas niet lekkerder om te eten.

Zij gaf me echter een boodschap met een hxe9xe9l andere strekking, een strekking waarvan je de waarde pas vele jaren later kunt bepalen.

Met het grote ongeluk, pindakaas, dat je voorgeschoteld krijgt, mag je blij zijn dat je iets te eten hebt.

Ik heb het me eigen gemaakt om bij elke vorm van pech of ongeluk in het leven, de sterren waaronder dat ongeluk plaatsvindt, te zegenen. Want geloof het of niet, ik ben een geluksvogel. Wanneer de bliksem in slaat op mijn pad, breekt tegelijkertijd de hemel open. Hoe groter de pech, des te groter het geluk van de gewaarwording, dat het slechts om die pech gaat en niet heel veel erger. Meer dan geregeld ontspring ik een akelige dans.

De Man heeft me uitgenodigd bij hem thuis.

Ik verheug me er op. Eindelijk kan ik eens zien, hoe hij woont. Hoe iemand leeft zegt veel over de mens zelf, daarom.

Ik bereid me voor op een mannenhuis. Ik weet dat hij al een hele week bezig is zijn huis op te ruimen, hij zegt zelf dat hij er niet eerder de noodzaak van heeft gezien en dat doet me deugd. Ook geen gemor dus over mijn puinhoop in huis….

Wanneer ik de drempel overstap, stokt me de adem.

Dit is helemxe1xe1l geen mannenhuis, hier is duidelijk een vrouw aan het werk geweest.

"Dat klopt, C. was een scharrelaar, diepte overal wel wat op."

Ik heb het er met de Man over gehad, mijn geschrijf op het www. Ook of hij het bezwaarlijk vond.

"Op geen enkele manier, vraag me echter niet het te lezen. Ga ik lezen kan het zijn dat ik dingen goed- of afkeur en dat moeten we niet doen. Schrijf jij maar lekker wat je wil, zoals je wil."

C. moet je weten, was de echtgenote van de Man. Ging anderhalf jaar geleden een pilsje pakken in de stamkroeg op de hoek van de straat, stapte mis op een trapje, viel en stootte haar hoofd. Dat was om kwart over tien in de avond. De Man kreeg het verzoek naar het ziekenhuis te komen, de artsen hadden de conclusie 'hersendood' al getrokken. Om twee uur in de nacht gingen de stekkers er al uit, binnen een paar seconden stopte haar hart.

Over en sluiten.

Daar stond de Man, met drie jong volwassen dochters van haar aan zijn zijde.

Deze dochters echter, bellen hem gaandeweg deze middag die ik bij hem door breng, om de haverklap. Kleine wissewasjes, grote kwesties, zoals de schroef van een schapje die niet wil deugen en of papa, zo noemen ze hem, niet nog een lekker matras te leen heeft liggen.

Geduldig staat hij hen keer op keer te woord.

Ik realiseer het me. Het kxe0n wel, tweede pappies en mammies. Ik moet mijn eigen overtuiging op dit gebied duidelijk bij stellen.

Zijn oudste heb ik al ontmoet afgelopen week. Tijdens de vierdaagseweek. In ernstig doch vrolijk beschonken toestand: "Zo zeg! Hoe oud ben jij wel niet? Doe je nog wel eens iets aan sport? Denk het niet hxe8…."

Zo een.

Met ieder ander had ik de vloer aangeveegd om zo veel onbeschaafdheid, maar ik houd braaf mijn kaken op elkaar. Toen ze haar partner belde en een luidruchtige scheet liet in haar mobieltje en vervolgens de verbinding verbrak, keek ze me met duivels genoegen aan: "Ben je nog niet weg? Je moet weten dat ik alle nieuwe mammies weg jaag, hou er maar rekening mee", gooit haar as vervolgens in mijn pindabakje waaiert weg zoals ze gekomen is.

"Zij lijkt op haar moeder", zegt de Man. Kijkt naar de grond.

"Ik zal haar zeggen haar excuses aan te bieden."

In het huis van de Man lijkt alles sinds het ontvallen van de vrouw, onaangeroerd.

Ik plof in de bank, kijk terwijl er koffie gezet wordt, op mijn gemakje rond. Prachtige kleuren in huis, mooie spulletjes. Nee, niets van de Hema, Blokker of Xenos. Alles lijkt zorgvuldig bij elkaar gescharreld en naarmate ik beter kijk, ontdek ik steeds andere, boeiende zaken. Geen spullen van, zo op het oog, grote waarde, maar allemaal wel bijzonder om naar te kijken. Ik ben in een echt kijkhuis terecht gekomen en kom ogen te kort.

Achter al het gexebtaleerde, staan onafzienbare rijen boeken. Van vloer tot het plafond. Daar kom ik dan maar eens voor overeind. Laat mijn ogen over de schrijvers glijden.

Zie je.

Ook al geen moderne schrijvers.

Opmerkelijk is wel, dat alles geordend is.

Zo chaotisch als zijn huis ingericht lijkt, zo in het gelid staan zijn boeken. Religie bij religie, wetenschap bij wetenschap, techniek bij techniek, planten bij planten.

Nee, de grote wereldzaken, Oslo, opkomend fundamentalisme in het Israxeblische leger ( Je weet wel, de betalende achterban van GW), raken me niet vanmiddag, ik heb het veel te druk met mijn getimmer van mijn white picked fence. Om xe9xe9n vierkante meter, precies genoeg voor hem en mij om op samen te zijn.

Dan ineens kijkt hij op: "Wat dacht je van een ritje op Bertha?"

"Het weer is een beetje druilerig, ik ben er niet op gekleed."

"Momentje", en hij verdwijnt naar de hal.

Zet even later een paar laarzen voor me neer en ik hoor het meteen aan zijn stem. Die klinkt een opmerkelijk stuk zachter dan voorheen: "Wil je ze eens passen?"

Een miljardste van een seconde later weet ik het.

Ze zijn van C.

Ook haar motorkleding en laarzen lagen blijkbaar nog steeds voor het grijpen in de hal en ik overweeg.

Is de man superdom of superslim…..

En meteen overspoelt me de vraag: "En…. Hoe groot ben jij nou eigenlijk helemaal, Janssen?"

Ik kijk de Man aan.

Hij kijkt terug.

"Doe maar, probeer maar of ze passen." Geen spoor van onoprechtheid.

Doe mij als mens een paar schoenen kado en ik ben gelukkig, nu breekt mijn hart wanneer ik de klittenbanden van de aangereikte laarzen lostrek.

Mijn voeten glijden op hun plaats alsof de laarzen voor me gemaakt zijn, ze moeten echter weer even uit, omdat eerst de broek aan moet.

Broek aan, laarzen aan, motorjack aan en dan komt de helm. Daar heeft hij al eens over verteld. Mxe8t communcatiesysteem. "Kan je lekker babbelen met elkaar."

Dan zie ik iets bij de man dat me raakt.

Ik sta ik hxe1xe1r kleding, hxe1xe1r laarzen en met hxe1xe1r helm op tussen al hxe1xe1r spullen. Er is niets meer van me te zien, alleen mijn handen.

Ik kan me voorstellen dat zo'n beeld je als man raakt, je zou van steen moeten zijn, zou zoiets je niet raken.

Ik strijk met de rug van mijn hand langs zijn wang: "Kom, we gaan."

"Ja, we gaan"

Bertha heeft er zin in, start zxe9xe9r tegen haar gewoonte in al de eerste keer, we rijden door het centrum van Nijmegen richting Beek en Ubbergen, daar draaien we de Ooijpolder in.

De Ooijpolder zo moet je weten is het grootste vogelbroedgebied van West-Europa en erger nog, ik ben er nog nooit geweest. Er komen mensen hier kijken vanuit de meest bizarre windstreken en ik, schaam je Janssen, heb nog nooit de afslag polder gekozen.

Gaandeweg het ritje, beetje pruttelen over de dijk, realiseer ik me dat dit dus de aantrekkingskracht herbergt, die motorrijders doet zwichten voor zo'n apparaat.

Je ruikt, hoort en ziet xe0lles.

Zo zie je maar, zou mij nog maar twee weken geleden iemand verteld hebben dat ik zou gaan genieten op een motor, in de kleding van een onlangs overleden vrouw, zou ik die persoon weggezet hebben als een macabere dwaas.

Maar ik geniet wanneer ik ik mijn ooghoek een bekende naam voorbij zie komen.

"Stop! Hier wil ik even iets drinken."

Oortjeshekken.

Huiskamercafxe9 midden in de polder.

Mijn vader Lambert kwam hier graag een borreltje drinken na een middagje vissen of zo maar, natuur kijken, fotograferen. Ik zelf ben er nooit geweest, hier wil ik best even neerstrijken en dat doen we.

Nou, huiskamercafxe9 kun je inmiddels wel vergeten, dit is een gestreamlijnd bedrijf geworden, meer dan honderd zitplaatsen buiten xe8n binnen ook nog eens. Kunnen ze gemakkelijk hebben, er is plaats genoeg.

De Man kijkt soms wat droef, dan laat ik hem zijn eigen gedachten, ik op mijn beurt kijk met genoegen naar een oude dame die uit een wrak van een auto stapt.

Aangezien er niets op het terras geserveerd wordt, je moet alles binnen aan de bar halen, loopt ze langs me af, krijg ik de kans haar goed te bekijken.

Sommige mensen hxe8bben het gewoon.

Stijl.

Gratie.

Geen juwelen, geen couture, maar wel degelijke schoenen, fraai gestreken pantalon, colbertje, los geborsteld, goed gesneden haar.

Wanneer ze even later naar buiten komt heeft ze koffie en koek op haar tableautje. Ze gaat aan het tafeltje voor ons zitten. De koek verkruimelt ze op haar gemakje en daar kijk ik naar. Waar is zij mee bezig?

De Man is ook weer bij de mensen en wij komen te spreken over bruiloften. Ik vertel hem over de mijne. Over hoe ik uit protest trouwde in een spijkeroverall met daaronder rode basketbalschoenen. En dat ik tegen de ambtenaar van de burgerlijke stand zei na zijn: "U mag de bruid kussen." "Dat maak ik zelf wel uit."

De Man grinnikt. Vertelt over de bruiloftsverwachtingen van zijn toenmalige aanstaande schoonfamilie. "Vooral grote auto's."

"Nou, ik heb ze een plezier gedaan. Met zijn allen in de stadsbus…."

De oude dame kijkt niet op of om, maar ik zie haar grinniken. Zij krijgt iets van ons gesprekje mee en dat kan ook niet anders, er wordt smakelijk gelachen.

Ik vraag de man waar zijn trouwringen gebleven zijn. Hij droeg ze een aantal dagen geleden nog.

"Afgedaan. In mijn broekzak. Die zal ik niet meer dragen."

De oude dame voor ons, strooit haar koekkruimels om de tafel waaraan ze zit. De mussen vechten op leven en dood en de dame draait zich half naar ons om: "Kijk. Dit zijn twee families mussen. Zie je? Een familie met een zwarte en een familie met een half zwarte kraag."

Zij geniet zichtbaar van de mussen en wij ook. Het is een fraai tafereeltje.

Dan besluit de dame dat het genoeg is voor vandaag, schuift haar stoel terug en kijkt nog eenmaal naar ons om: "Ik moet naar Berg en Dal. Da's ongeveer tien kilometer maar dat geeft niks. Vroeger deed ik dit ritje op de fiets, maar dat kan ik niet meer, daarom heb ik die krakbak. Die brengt me overal, komt net als ik al tien jaar vlekkeloos door de keuring. Ik groet u, goedemiddag!"

Zij leunt niet op haar wandelstok maar steekt hem voor zich uit. Of je maar aan de kant wil gaan.

Wij kijken haar, ieder met onze eigen gedachten na.

Dan zeg de Man: "Zo'n dame word jij later ook."

Overweegt even.

"En dan hoop ik dat ik nog steeds jouw hand vast mag houden."

 

 

 

 

 

26 July 2011
By on 18:36
Man deel 4

De Man valt maar meteen met de deur in huis.

"Ik ben verliefd op je."

En ik denk: "Shit happens." Laat ik nou het verstand eens niet in mijn hakken hebben zitten en mooi mijn smoel dichthouden. Ik kijk hem afwachtend aan.

"Ja en ik ga nog een stapje verder, ik heb mijn vakantie geannuleerd. Ik ga ziek worden alleen al van het idee dat ik je vrijwillig een paar dagen niet kan zien. Ik ga nergens naar toe, of jij gaat met me mee."

Ik zeg hem dat ik hier over na moet denken.

Emotie en intuxeftie. Twee aan de basis totaal verschillende zaken.

Een emotie is zoals-ie is. Kun je niet omheen.

Intuxeftie echter heeft het kenmerk een sturend karakter te hebben. Emotie kun je sturen, intuxeftie slechts negeren. Intuxeftie wijst je de weg. Mensen komen in de regel bedrogen uit, wanneer zij de bewegwijzering der intuxeftie in de wind slaan.

De emoties die ik heb bij de man zijn prettig van aard. De intuxeftie wijst me dezelfde kant op als mijn emoties dwarrelen.

Ik laat emotie en intuxeftie leidraad zijn in mijn leven, vorm op basis daarvan een rationeel oordeel.

Daarom zeg ik dat ik nadenken moet.

Na anderhalve minuut ben ik er uit, ik zeg, onder voorwaarde dat op beider thuisfronten zaken goed geregeld kunnen worden, dat ik met hem mee ga.

Hij valt zowat van zijn geloof.

"Echt waar?"

"Echt waar, ik ga met je mee."

"Op de motor?"

"Op de motor."

De man is zielsblij.

Eerder op de avond hoor ik geronk mijn huis naderen. Meert er een boot aan in mijn tuin?

Nee, het is de Man, op zijn BMW politie-motor uit de zestiger jaren. Een hxe9xe9l andere motor dan eerder deze week, dat was een racemonster. Ik heb hem er al over horen vertellen, hij noemt haar Bertha. Bertha heeft lange tijd in onderdelen in zijn huiskamer gelegen en omdat hij de afgelopen week toch geen oog dichtdeed, sleutelde hij Bertha maar weer eens naar xe9xe9n geheel.

Bertha, zo vertelt hij later, is zijn alles.

Heeft hem door moeilijke tijden in zijn leven heengeholpen, hij zal nooit afstand van haar doen.

Hij heeft een helm voor me bij zich, die past, en regenkleding maar in tegenstelling tot wat de vooruitzichten waren, is het prachtig weer. Ik heb mezelf een nieuwe, eindelijk een keer een goed passende, spijkerbroek gekocht, trek leren laarzen en jas aan, ik ben er klaar voor.

Een ritje van twintig meter, zo schat ik in, dan wil ik vast rechtsomkeert maken. Ik ben een beetje bang voor motoren.

Wanneer ik ga zitten, merk ik pas hoe groot deze motor is, ik kan zelfs met mijn ultra-lange benen nog maar net bij de grond, het zadel is breder dan mijn kont dik, ik heb het gevoel dat ik beschut zit. Toch grijp ik de bestuurder stevig vast om zijn middel.

Knijp mijn ogen dicht, ineens weet ik het zeker, ik ga dood. Binnen vijf minuten worden wij zo plat als een krant gereden en dan heb ik dat zelf gedaan. Who in his right mind, stapt er nou op een motor wanneer je het plan hebt om zelfs bij hoge snelheid, af te stappen wanneer het link wordt?

Hmmmm….

Het kucht en puft, denkt te denken, wat is dit? Vreemdgaan? Maar de Man zegt over zijn schouder dat dit de taal is die Bertha gewoonlijk spreekt. "Niks van aantrekken." Er zitten, zo registreer ik, niet eens knipperlichten op om aan te geven dat je links- of rechtsaf wil slaan. De Man steekt gewoon nog zijn hand uit….

Dertig mag je maar, in het dorp. Gelukkig. Tijd om door de spleetjes van mijn ogen te kijken. Het gaat vxe9xe9l langzamer dan ik dacht. In mijn hoofd flitsten de bomen voorbij, nu ik om me heen kijk, rijden we zo hard als een gemiddelde bromfiets.

Wel leuk eigenlijk, ik verslap mijn greep. "Mag ik weer ademhalen?"

Er is geen enkele noodzaak om me vast te klampen, met de seconde ga ik me meer op mijn gemak voelen.

"Alles goed daarachter? Rijden we door naar Nijmegen of wil je terug naar huis? "

Ik wil door naar Nijmegen.

Op elke hoek wordt er afgeremd, dan steeds lijkt het alsof Bertha er de brui aan geeft, soms is het wel secondenlang stil maar ineens lijkt ze zich te herinneren waar ze mee bezig was, komt hortend en stotend weer op gang.

De Graafseweg wordt de echte vuurdoop, da's een autoweg, daar moet je wel snelheid maken en dat doet Bertha. Onder luid protest klimmen de toeren….

Ik moet zeggen, dit is een leuke ervaring, geen greintje angst, op geen enkel moment voel ik me een vlieg op de weg, die wacht op de doodklap.

Motorrijders groeten elkaar onderweg, zelfs een tegemoet komende agent op motor, steekt zijn hand op.

Bruggen, motoren, snelheid, de drie levensingredixebnten waar ik vriendelijk voor bedank en daar doemt hij op. De Waalbrug. Daar moeten we overheen willen we strakjes aan het Waalstrandje in Lent naar De Waal In Vlammen kunnen kijken. Eerste klas vuurwerk, aangeboden door de gemeente Nijmegen aan stadsbewoners, lopers van de Vierdaagse en toeristen.

Shit zeg, die brug is nu nog vxe9xe9l indrukwekkender dan gezien vanuit een auto, maar voel ik vrees?

Nul.

Ik zit op mijn gemakje en we pruttelen lekker over de rivier en het mooie is, dat je haar nu ook kunt ruiken. Op een motor, zo realiseer ik me, maak je veel meer deel uit van je omgeving en dat vind ik een bijzondere gewaarwording. Alles lijkt om die reden, trager te gaan. Ik heb geen last van de hoogte van de brug noch van langsjakkerend verkeer. Heel merkwaardig. Had iemand mij dit vantevoren verteld, had ik dit niet geloofd.

Wanneer we de Oosterhoutsedijk op willen draaien, worden we staande gehouden door motorpolitie. "Afgesloten meneer." Men bekijkt ons even, trekt zonder verder iets te zeggen een van de hekken weg, gebaart ons door te rijden.

Dat verbaast me, vraag aan de Man waarom dit gebeurt. "Komt door Bertha", antwoordt hij met een brede grijns. Zou het dat zijn? Oude politiemotor? Is aan helemaal niets te herkennen en dit waren jonge gasten. Kan toch nooit dat zij zo'n motor uit lang vervlogen tijden herkennen en je daarom een beetje ruimte geven?

Maar het blijkt echt zo te zijn. Een paar honderd meter verderop is er weer een wegafzetting, twee motoragenten houden ons staande. "Hier mag u niet door. U moet uw motor parkeren en verder lopen."

De Man laat Bertha even brullen, daar kijken de heren van op, ik gooi in de groep dat we er van de andere motoragenten wxe8l doormochten, zij kijken elkaar aan, schuiven de hekken opzij en we mogen verder.

Moet jij eens proberen. Alles zit in Nijmegen en omgeving tijdens de Vierdaagse potdicht voor alle verkeer en wij mogen pruttelen waar we willen.

Daar denk ik dan even over na. Jonge knapen worden niet zo maar motoragent natuurlijk. Liefde voor motoren staat voorop. Zouden zij hun klassiekers kennen?

Op de terugweg miezert het een beetje, heb ik dat ook meteen meegemaakt, een nat pak. Maar het doet me niks.

Ik vind de hele ervaring gewxe8ldig.

En ja, ik ga volgende week mee op motorvakantie naar Frankrijk.

En Bertha ook.

 

 

 

 

20 July 2011
By on 14:27
Man deel drie

Een of andere loze hoogdraver, die vrees ik het meest. Alles in mij komt in verzet bij zulke gasten, hebben ergens in dit leven iets opgepikt, verkondigen dit vervolgens als eigen wijsheid. Met passende bombarie, ook nog.

Gruwelijk.

Het is half drie in de middag, om drie uur, zo heeft hij beloofd, komt hij een kopje koffie drinken. Ik kan best nog even  het vlees van de ossenstaart plukken, die ben ik vannacht vergeten van het vuur te halen(!), die is snotjegaar nu. Er is niets zo lekker als supergare ossenstaart.

Eerst vanochtend naar de markt met Caat, ik ben een beetje ongedurig, ik houd niet van wachten. Heb de hele markt dan ook binnen vijf minuten gescand, niks van mijn gading, ik wil naar huis. Douchen, omkleden, mijn haar en make-up doen, met hondje wandelen, stofzuigen en de afwas moet nog weg, borstel door de wc niet te vergeten.

Ik sta nxe8t met mijn vingers in de afgekoelde bouillon te hengelen of de deurbel gaat.

Het zal toch niet H. al zijn?

Maar het is hem.

"Wat een mooie tuin!"

Meteen tien sterren natuurlijk.

Was mijn handen, zeg hem zijn dikke motorjas, tas en helm op de houten bank te gooien, vraag hem voordat hij zit, wat hij wil drinken. Koffie of iets lekkers. Hij gaat voor iets lekkers. Komt goed uit, ik heb voor hem een Belgische triple in de koelkast gegooid en er zelfs een drinkglas bij gekocht.

Ik hoor gerommel, eerst in de slaapkamer, vervolgens op de douche, even voorstellen, daarna gaat de voordeur open: " Doei mam."

Begin van de week heb ik voor vandaag om enige privacy gevraagd, men doet wat er gevraagd is, laat moeders met rust.

Ken je ze? De salonsocialisten van tegenwoordig? Kun je een "respect" button aanklikken op hun sociale paginaatje. Meer hoef je er niet meer voor te doen, tegenwoordig. Dat het anders kan, zit 'm maar helemaal in wat iemand laat zien in de praktijk. En of, dat ook nog.

Het is gezellig. Normaal gesproken ben ik reguliere visite na een uurtje of anderhalf wel zat, maar de wijzers snellen voort.

Ik vergeet mijn biefstukken op hoog vuur, stijlvol vind ik het dat deze zonder gemor txf2ch opgegeten worden. Ik vergeet mijn dagelijkse kaarsjes aan te steken, ik vergeet dat ik zweetkakken heb die meuren wanneer ik die ene specifieke zwarte schoenen aangehad heb.

Het maakt hem allemaal niets uit.

We kleppen, beppen, ouwehoeren, praten, spreken en babbelen.

Ik ruim het alcoholspul van tafel na het warme eten. Ik drink, met uitzondering van een verjaardag of zo, nooit in de avond of nacht. Laat dat maar meteen duidelijk zijn, koffie en limonade, dat gaat 'm worden.

Hij is van hetzelfde bouwjaar als ik. Heeft als kind zijnde naar dezelfde programma's gekeken en omdat hij ook in een grensgebied is opgegroeid, vaak de Duitser. Ik ken de kleuterliedjes nog en hij xf3xf3k….

We hebben een ontzettend plezierige middag gehad, het is rond half elf wanneer ik aangeef moe te zijn.

Hij vertrekt niet voordat we een vervolgafspraak gemaakt hebben.

"De Waal in Vlammen", lijkt hem wel wat. Op de dinsdag avond in Nijmegen. Groot vuurwerk op de eerste dag van de Vierdaagse.

Hij belooft in Lent, aan de overkant, een tafeltje met fraai uitzicht te reserveren en me te komen halen op zijn motor.

Motor?

Motor?

Toch niet die snelheidsduivel waar hij strakjes mee gearriveerd is?

"Jazeker wel. Ik breng een motorpak en helm voor je mee, rijden we eerst een paar keer hier de straat in en uit, vind je het niks, blijven we thuis, lijkt het je wat, gaan we naar Lent."

Wanneer hij de straat uitdraait en nog even omkijkt en zwaait, moet ik ineens ongelooflijk nodig poepen.

Het ijzer van mijn wagonwielen heeft lang geroest, mijn locomotief geeft voor het eerst stoom.

 

 

 

18 July 2011
By on 14:34
Man deel twee

Duizend rode vlaggen wapperen vrolijk in de wind welke huishoudt in mijn brein, er is een van die krengen geplant in mijn hart, vandaar.

Uitsluitend kwaliteit, in een eventuele nieuwe relatie. Ik ga voor niets minder. Nee, ik ben niet in zeven sloten tegelijk gelopen de afgelopen jaren, maar ik heb ze inmiddels wxe8l allemaal gehad….

Het is zondagmiddag, de middag nadat ik hem voor het eerst gezien, er een uurtje of wat mee gesproken heb en stuur hem een mailtje.

Ik wacht een uurtje, hij zal toch al wel thuis zijn?

Geen reactie.

Heel de zondag, maandag xe8n dinsdag, geen reactie en dinsdagavond ben ik het zat, ik stuur een sms'je: "Lees jij je mail soms niet?"

Direkt daarna gaat de telefoon. Kijk daar schrik ik me dan een hoedje van. Durf die telefoon niet aan te nemen en in de paar seconden dat ik twijfel, gaat er van alles door me heen. Exe9n gedachte springt er uit: "Hij heeft zich bedacht."

Vooruit, duidelijkheid schept een band, ik slik een keer, neem de telefoon op.

"Gelukkig", zegt hij. "Ik hoor iets van je…."

"Ja, goede vriend, lees jij je mail niet?"

"Niet dagelijks, maar je hebt iets gestuurd denk ik, ik ga dat nu lezen, ik reageer strakjes even."

En weg is hij weer.

Mijn hart klopt in mijn keel. Ik heb hem zojuist gesproken! En wat zei hij? Dat hij blij was me te horen? Dat is me dus niet ontgaan.

Ik heb een openhartige mail gestuurd, niet iedereen kan met een rechttoerechtaan benadering uit de voeten, maar het geeft meteen wel een goed beeld van wie ik ben. Vooral geen doekjes.

Na een uurtje is er inderdaad een reactie. Nu zal blijken of de gevoelens, waar ik me overigens geen meter voor schaam, wederzijds zijn. En weer is er die twijfel. Openen of niet.

Wanneer ik de mail open en lees, kan ik mijn ogen niet geloven. Hij voelt precies zo als ik. In totaal andere bewoordingen, maar in feite komt het op hetzelfde neer.

Hij echter, gaat een stapje verder.

Hij doet geen oog meer dicht, zo schrijft hij, loopt hele dagen rond als een dwaze kip.

'Totaal uit de sokken geblazen.'

Ik moet glimlachen, stuur terug dat ik blij ben met zijn reactie, we spreken af, elkaar op zondagmiddag aanstaande, voor het eerst geheel privxe9 te ontmoeten.

Op donderdagavond echter al ontvang ik een sms'je. "Vanavond 21.30. Ned.2"

En ik weet meteen wat hij bedoelt. Ik heb schik van het feit dat hij de opmerking dat ik een liefhebber van BBC detectives ben, opgeslagen heeft en a Touch of Frost komt vanavond. Dat heb ik in de krant allang gezien, mijn kostje is gekocht vanavond.

Ik krijg echter visite. Vriendin A. heeft een rechtzaak gehad, wil daarover haar ei kwijt, ik zet een pot koffie, luister moeizaam geboeid naar haar maar om tien uur beginnen me de ogen dicht te vallen. Ik houd niet van zware kost in de late avond.

 Wanneer zij vertrekt, is de helft van Frost al voorbij. Op zich geeft dat niet eens zo heel veel, bij hoeveel afleveringen ben ik niet in slaap gevallen? Heb ik alleen het eerste uur gezien? Nu maar eens op mijn gemakje bekijken hoe zo'n tweede helft er uit ziet.

Tijdens de aftiteling stuur ik een sms'je, dat ik niet alles heb kunen zien en dat ik dat jammer vind.

Direkt daarna gaat weer de telefoon en nu begrijp ik ook waarom hij dit zo doet. Wachten op een signaal. We hebben het gehad over het bereikbaar moeten zijn tegenwoordig en mijn hartgrondige aversie daartegen. Ik heb hem verteld dat mijn mobieltje geregeld weken in de ovenla ligt: "Dood is iemand ongetwijfeld morgen ook nog wel en dus kan al het ander onbelangrijke ook wel wachten tot ik thuis ben en zin heb om de telefoon aan te nemen."

We spreken bijna twee uur.

Het is een genoeglijk gesprekje over koeien en kalveren.

Onlangs heb ik me bezig gehouden met de kwestie of ik nog dezelfde ben als persoon, die ik was toen ik jong was en nu, in de wijze waarop ik hiermee omga, denk ik nee, ik ben geen spat veranderd. Ik heb nog steeds dezelfde ijkpunten, daar kan ik als persoon nou eenmaal niet omheen.

Maar ik ben wel slagvaardiger geworden. Ik weet vxe9xe9l beter wat ik wil en wat niet. En of ik mijn steeds kostbaarder wordende jaren die nog voor me liggen, wil laten verprutsen?

Dacht het niet.

Liedje

15 July 2011
By on 16:29
Man

Het kan geen twee weken geleden zijn, dat ik voor het eerst in al die lange, lange jaren, de vrijheid voelde om een relatie aan te gaan met een nieuwe partner.

Jongste kind geheel zefstandig naar het andere eind van de wereld kunnen reizen is reden genoeg, dacht ik zo.

Om half negen in de ochtend ben ik bij Caat, zij zet een potje koffie en ik? Ik zie er op mijn best uit. Eerder deze week bracht ik een bezoekje aan haar dochter, kapster, en zei: "Maak er maar eens een echt Boskaterkapsel van." En dat deed ze. Knipte ogenschijnlijk lukraak de lange plukken van mijn hoofd en boetseerde het overige haar enigzins wild langs mijn gezicht.

Geweldig.

Ik ben een heel ander mens. Tijd dus voor toffe make-up en fraaie oorbellen en nu ik toch bezig ben, maar een jofel outfitje ook. Wanneer ik in de lange spiegel kijk, ben ik uitermate tevreden met het geheel.

Zo zit ik bij Caat aan de koffie.

Vandaag is er een grote rommelmarkt in het dorp, twee zelfs, maar we beperken ons zolang de voeten van Caat niet hersteld zijn.

Eentje is genoeg.

Zonnig is het, maar niet onprettig warm, zij gaat zoals gewoonlijk de ene en ik de andere kant op.

Groen en geel erger ik me in huis aan het drinken van melk uit glazen. Dat krijg ik er niet uit gebrand. Er gaat wel anderhalve liter melk doorheen op een dag, dan staan er zes of meer glazen met zo'n gore aangekoekte melkbodem in de keuken. Daar moet je echt op poetsen wil je die schoon krijgen en ik houd niet van poetsen, da's een feit.

Voor twee euro koop ik zes nostalgische melkbekers. Keramiek, makkelijk met een afwasborstel schoon te maken, mooi ook nog, in fletse jaren zestig kleuren.

Een aardbeienschaaltje.

Voor dertig cent.

Sinds ik netten over mijn aarbeienbed gegooid heb, kan Noa er niet meer van vreten, oogst ik precies zo'n schaaltje vol per dag.

De rest gaat in de rumtopf.

Over rumtopf gesproken….

Ik heb zo'n ding elk jaar. Begin met aardbeien en zet die onder de rum, daarna bessen en wat er ook maar aan vruchten in het jaar rijp wordt. Gewoon van alles wat. 

Rond Kerst is het tijd.

Mijn moeder, moet je weten, dronk elke dag twee borreltjes. Dat die borreltjes naarmate ze ouder werd steeds groter in volume werden, weet een ieder, maar toch. Je zou zeggen dat ze haar mannetje wel stond.

Tot mijn rumaardbeien….

Ik denk altijd aan haar en glimlach, wanneer ik op de grens van de zomer, begin met een nieuwe topf: "Gisten jongens! Doe je best!"

Dan zie ik een Gardena rolautomaat voor de tuinslang. Vijf euro, de dame achter de kraam wil niet pingelen, ik loop door, bedenk me twintig meter verder, die dingen kosten bij de Praxis veertig euro, ik loop terug, wil hem kopen.

Te laat.

Een ander gaat er vrolijk mee heen.

Daar kan ik dan de smoor over in hebben, strijk op het terrasje neer, kijk uit naar Caat. Zij moet haar voeten ontzien, zie ik haar, zet ik haar op een stoel.

Dan hoor ik haar roepen: "Boskater! Hier! Kom hier heen!"

Zij zit aan het andere eind van het terras en wenkt.

Ik pak mijn tassen op, schuif bij haar aan.

"Heb je hem gezien? Kom hier zitten. Dit is zxf3'n leuke man, hij is even iets te drinken halen."

Ik heb geen flauwe notie over wie het gaat, kijk om en zie een leuke man naar buiten komen. Dat blijkt hem te zijn. Blink-blink naar Caat.

Deze man buigt zich nadat hij de thee voor Caat neergezet heeft en de bitter lemon voor zichzelf, naar mij: "Hallo ik ben H., wil jij ook wat drinken?"

Ik wil wel een kopje koffie, hij gaat dat halen.

Ach, het gesprekje gaat over van alles en nog wat, totdat het over tweede pappie's en mammie's in relaties gaat. Ik heb daar nogal uitgesproken gedachten over, die ventileer ik ook. Ik geloof er niet in.

"Totdat kinderen zelf kiezen, natuurlijk", zegt hij.

Ik vraag hem uit te leggen, hoe hij dat bedoelt.

Zes kinderen, zo vertelt hij, heeft hij. Hij is geen biologisch vader maar allemaal overgehouden aan relaties die op wat voor manier, soms zelfs dramatisch, dan ook tot een einde kwamen. Elk voor zich, hebben al die kinderen besloten bij hxe8m op te groeien en volwassen te worden.

Dat zegt iets over de man.

Vriendelijk, maar veel belangrijker nog, met de voeten op aarde.

Dat zijn de eerste twee overwegingen die ik heb. Leuk had ik al gehad, drie dus.

Al die kinderen zijn inmiddels volwassen, wonen verspreid door het land, hij heeft zelfs al drie kleinkinderen. Hij pakt, wanneer een van zijn kinderen een technisch probleem heeft op wat voor gebied dan ook, auto of apparatuur, zijn gereedschapskoffer, bindt die achter op zijn motor, en legt honderden kilometers per dag af om de boel weer aan de praat te krijgen,

Nummer vier.

Hij heeft een innemende lach.

Nummer vijf.

Geen gouden kettingen, tattoo's, joggingpak, goedkope schoenen, slecht gebit.

Nummer zes.

"Ach, ik ben elke dag rond zessen in de ochtend wakker, ik heb er voordat ik naar mijn werk ga al een halve dagtaak op zitten en wanneer ik in de avond op de bank zak en televisie kijk, mis ik de helft van de programma's, ik sukkel gewoon in slaap."

Caat, ook niet dom, zegt ineens dat ze iets heel interessants heeft gezien ergens en verlaat het toneel.

 

Ik vraag het maar gewoon, wat hij graag kijkt, als hij televisie kijkt.

Wanneer hij Hart van Nederland beziet als kijken naar het journaal, zijn we snel uitgepraat.

"Het allerliefste?"

"Ja. Waar kijk je het liefste naar."

Ik zie hem even twijfelen.

"Don Camillo."

"Don Camillo? Ga weg man! Da's de leukste televisie die ooit gemaakt is! Mijn dochter woont samen met drie Italianen en ik kan hen lekker uitschelden met woorden die ik van Don Camillo geleerd heb!"

Nasili betekent stomme ezel!

Don Camillo, voor de jongsten onder ons, was halverwege de jaren zestig een Italiaans priester, die woonde in een dorpje waar de communisten naar de macht grepen. Soms leerde Don Camillo hen op hardhandige wijze mores, beschoot hen met een karabijn vanuit de klokkentoren. Kreeg vervolgens op zijn flikker door een sprekende Jezus boven zijn altaar.

Het is de eenvoud die boeit.

Kippen, dorpsplein, roddel, macht, geld en geloof.

Ik was nog maar net zo ver dat ik de ondertiteling kon volgen, zo oud, maar ik vond het geweldige televisie en ben dat altijd blijven vinden.

En kijk nu, loop ik tegen een man aan, die deze serie als eerste noemt.

Dat kan niet waar zijn.

 

Het is iets uit mijn jeugd. Dat wat voor anderen Swiebertje is, is Don Camillo voor mij.

Nummer zeven dus.

Dan buigt hij zich over het terrastafeltje: "Wil je niet een keertje een avondje bij mij komen kijken? Dan maken we er een Camillo-avondje van."

"Super", zeg ik meteen. Ik heb geen enkele twijfel, wat ik gezien en gehoord heb, is genoeg.

Hij krabbelt wat op een briefje, ik steek dat in mij portemonnee.

En toch is er een flauwte.

Onverwacht, maar hij is er wel.

Na een uurtje of anderhalf terras, willen Caat en ik huiswaarts, maar Caat heeft nogal wat spullen verzameld, teveel om met krukken aan elke hand, te vervoeren.

H. biedt aan deze naar de auto te brengen.

Hier gaat het mis.

Ik heb een vlotte tred van lopen, H. iets minder, Caat doet er nog een schepje af.

Prettig vind ik het, nu ik voor het eerst naast hem sta, dat hij anderhalve kop boven me uitsteekt, onprettig vind ik het dat hij op een halve meter achter me loopt en blijft lopen.

Hij sjouwt…..

Caat en ik hebben nog nooit problemen ondervonden om hetgeen we opduikelden, hoe zwaar ook, naar de auto te verkassen en soms pas na heel veel geschuif, in de auto te proppen.

Nu is er sprake van een voorloper, een sjouwer en een volger.

Dat staat me niet aan.

Ik kan mezelf niet anders breien dan ik ben, levenservaring vertelt me dat je leiders hebt en volgers.

Caat is geen natuurlijk volger, zij is slechts tijdelijk gehandicapt.

Is H. een volger, dan voorspel ik grote ellende in zijn persoonlijk leven, wanneer hij met mij aan de slag gaat.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

10 July 2011
By on 15:44
Gas

Je denkt toch zeker niet dat Sjootje tijdens het bezoek met mij aan dr B. de kuierlatten genomen heeft? Boos weggestampt is?

Het tegenovergestelde, zij heeft op het puntje van haar stoel gezeten, draaide zich aan het eind van het gesprek in de deuropening nog eens om: "Ik begrijp niet dat er niemand in deze hele toko is geweest, die mij op het gebruik van de anti-conceptiepil en de effecten daarop op je humeur heeft gewezen."

"Vertel", wenkt dr B. haar. "Vertel."

"Nou, ik ben vijf maanden geleden gestopt met de pil en ik ben een volslagen ander mens."

"Echt waar?"

"Ja", zegt Sjo.

"Ik sta niet niet uit mijn nek te kwatsen."

"Ik ga dit noteren en er iets mee doen."

Dan pas pakt Sjo mij bij de arm en slingert me het hospitaal uit.

Waarom ik dit belangrijk vind om alsnog te vertellen?

Dat zal blijken.

Het heeft me dwars in mijn strotje gezeten dat dr B. mxecj in de samenkomst niet aan sprak, maar mijn kind. Hxe1xe1r wees op het belang van medicatie xe8n het gebruik ervan door de moeder.

Ik dus.

Dat heeft me in hoge mate gexebrgerd.

Maar, en dat vind ik ook en heeft een hogere waarde, het moet voor xe8lk kind mogelijk zijn een specialist waar een der ouders onder behandelijng is, te raadplegen. Zo ook omgekeerd, het moet voor elke ouder mogelijk zijn de specialist waar je kind onder behandeling is, aan te spreken. Dingen te vragen. Duidelijkheid krijgen.

Ook wanneer zij volwassen worden geacht te zijn.

Ik heb kinderen in mijn omgeving zien struikelen, soms wel jaren achtereen, omdat behandelend artsen van de, of een der, ouders, geen inzage gaven in de daadwerkelijke problematiek. Daarmee onthielden ze deze kinderen ook meteen de sleutel tot een eventuele ingreep bij deze ouders, laat staan tot het komen tot oplossing.

Dat heb ik altijd betreurenswaardig gevonden.

Ik vraag me nog steeds af, hoe ik in vredesnaam op het idee gekomen ben, Sjo mee te nemen naar mijn psychiater.

Ben ik gestuurd door een onderbuikgevoel? Intuxeftie? Niets van dat al, het kwam gewoon in mijn hoofd op. Leek me zinvol en vraag me gerust waarom me dat zinvol leek. Ik kan het niet zeggen.

Het enige dat ik kan bedenken is dat ik even de overweging gehad heb, dat Sjo wellicht een vraag voor haar zou kunnen hebben.

Sjo had geen vraag.

Ze stelde hem in ieder geval niet.

Had ik haar misschien even met de arts alleen moeten laten…..?

Ach, koffiedik en koffiedik werkt goed tegen luizen op rozen, slakken bij je Hosta's, verder kan ik niks zinvols bedenken.

Ga mee terug naar vorige week.

De bovenbuurman slaat zijn hele interieur kort en klein, zijn gezin en toegesnelde familie eveneens. Er wordt een afscheidsbrief gevonden op tafel, meneer is het leven zat en is vast van plan er uit te stappen, zijn zus houdt haar hart vast. Is er van overtuigd, dat hij dit serieus meent.

Afijn, agenten, zes man sterk, geweld, vechtpartij op bovenverdieping, op de trap, in de voortuin.

Mijn voortuin.

Al mijn mooie bloemetjes zo plat als een krant.

Arrestatie, in de boeien verlaat het heerschap het terrein.

Meneer arriveert in de vroege avonduren weer. Niks aan de hand, schijnt hij te denken. 

Om vijf uur in de volgende ochtend is het raak, ik ruik gas.

Da's lang geleden….

Het is onmogelijk, wanneer een der zintuigen iets waarneemt, dat weg te zetten als onzin.

Maar ik weet inmiddels, als ervaringsdeskundige, wel beter.

 Toch: "Het zal toch niet zo zijn, dat de bovenbuurman zijn xe8n dus mijn huis, vol laat lopen met gas en er vervolgens een aansteker bij houdt?"

Om twaalf minuten over vijf, ik kan er de klok op gelijk zetten, komt de krantenman. Ik trek de voordeur open, hij mxf2et ruiken wat ik ruik, maar hij, terwijl hij op mijn drempel staat, is fris en vrolijk. Ik vraag hem een momentje te wachten, rommel in huis wat in mijn portemonnee, doe dat op mijn gemakje, vis er een briefje van vijf uit, overhandig hem dit.

"Omdat je altijd zo lekker vroeg bent."

"Wat aardig", zegt hij, stopt het kleinood in zijn zak, groet me en vervolgt zijn weg.

Zie je wel.

Geen gas.

Wat had ik anders moeten doen? Slapenden wekken en over de pis buiten op de stoep zetten? Hond naar buiten, kat naar buiten, niks aan de hand? Ach, wie blaast er nou zijn eigen huis op….

Ik blader wat in de krant, maar heel anders dan gewoonlijk, beklijft er geen letter.

Dan ineens, zie ik het grote verband.

Ik neem zaken, geuren, waar, in opmerkelijk onveilige situaties en ik kan ze, met deze ingeving in de hand, zxf3 aanwijzen in mijn geschiedenis.

Sjo kan dan wel zeggen dat zij haar moeder nog nooit op een waan heeft kunnen betrappen, maar dezelfde moeder hxe9xe9ft ze wel.

Tijd voor een gesprek met haar.

 

 

 

 

 

 

6 July 2011
By on 15:24
IJsje

"Gore teringhoer! Zeg het! Zeg het!"

Al vroeg in de ochtend heb ik mijn huisje aan kant, hitte is aan mij niet besteed, de wasmachine draait, heb meer dan een uur met Noa gelopen, de schoenen, lange broek en shirt kunnen uit, trek een superdun huisjurkje aan, sluit de rolgordijnen zodat de warmte van de aanstaande dag een beetje buiten blijft.

Het borrelt in mijn bloed en wanneer het borrelt moet ik schrijven, hoe langer ik dat schrijven dan voor me uit schuif, hoe onrustiger ik word. Start het peeceetje op, maak ondertussen de badkamer nog even schoon en ga er maar eens goed voor zitten.

De bovenbuurman draait zijn favoriete ceedeetjes, de huizen zijn zo gehorig, dat ik zelf geen radio aan hoef te zetten, ik vind dat best. Vraag me nog wel even af, of hij niet naar zijn werk moet, eigenlijk is hij alle dagen van huis, maar leg dat naast me neer.

Dan begint het kind te gillen: "Papa, nee! Papa, niet doen! Papa neeeee!"

Hmmmm….

Hier wil ik het mijne van weten, loop naar de kelder en trek de deur open, daar loopt de trap naar boven, in feite sta je dan bij die mensen in de hal. Kan ik alles lekker horen.

Die lol vergaat me snel.

"Wat wou jij? Gore kankerhoer? Twintig jaar getrouwd en dan geen uitleg geven? Wie die vent is die met zijn blote ballen op mijn bank zit? En jij onder de douche? Midden in de nacht?"

Het is even stil. Blijkbaar is de ex-vrouw met hun beider kind op visite. Hij heeft het onlangs nog een keertje met haar geprobeerd, maar het werkte niet en zij besloten dat het beter was uiteen te gaan. Wxe8l de relatie in stand houden, maar niet meer samenwonen en daar blijkt de vrouw nu heel andere, eigen gedachten over te hebben gehad.

Zij tergt hem door haar mond dicht te houden. Ik ken die tactiek, daar maak je mensen alleen maar kwaaier mee want je werpt ze bij voortduring terug op zichzelf en manipuleert hen hiermee een richting op die je welgevalliger is. Richting breekpunt namelijk. Opgeven.

Er is nog een tweede optie, de getergde kan buiten zinnen raken. En dat gebeurt.  Omdat er een kind in huis is, bel ik de politie. Laat volwassenen elkaar vooral de hersens in slaan, daar word ik niet warm of koud van, maar dat kind moet daar weg.

Ik volg dit hele tafereel, dat zich jammer genoeg buiten mijn zicht afspeelt, na het telefoontje op mijn gemakje. Ga een peuk draaien en op de bovenste tree van de keldertrap zitten. Ik wil hier niks van missen. Misschien ben ik strakjes wel een heel belangrijke getuige en wie wil dat nou niet zijn?

Toch?

Iets in mij zegt me dat dit geen gewone ruzie is. Dat dit potentieel gevaarlijk is. Het lijkt wel dierlijke proporties aan te nemen. De man komt niet eens meer uit zijn woorden van kwaadheid. Je zou net zo goed kunnen denken dat men een mensaap met een humeurtje op de bovenverdieping losgelaten heeft. De man brult nog slechts. Maar wel zo hard als hij kan, dat dan weer wel.

Ik hoor dat het grote glazen blad van de eetkamertafel aan diggelen gaat, maar gelukkig komt de zus van de man, die samen met de man het bovenwoninkje bewoont aan op de fiets. Voor de zoveelste keer wordt zij door calamiteiten thuis, van haar werkplek geplukt. Zij pakt als eerste het kind bij de lurven en zet het aan de kant van de weg. Het is wxe9xe9r datzelfde manneke. Hij gaat op de stoeprand zitten en peinst.

Ik kijk naar zijn fragiele jongensbenen die nog een beetje zomerbleek onder zijn korte broek uitsteken, ik kijk naar zijn handen die hij om zijn kniexebn slaat. Ik kijk naar de manier waarop hij om zich heen kijkt. Dat wat ik bekijk, vind ik vele malen erger, dan wat er zich op de bovenverdieping af speelt.

Het kind is voor dit moment veilig.

De zus loopt terug naar binnen, de moeder van de man arriveert en een broer van hem en zijn vrouw ook.

Nu breekt pas echt de pleuris uit. De hele mikmak schopt en slaat hij de huiskamer uit en nog van de trap af ook.

Op nog geen halve meter boven mijn hoofd, laat hij ze elke traptrede raken.

Wat een feest!

Of ze zich maar met hun eigen zaken willen bemoeien.

"Flatscreen? Jij wou een flatscreen? Hier heb je dat kutapparaat!" De man trekt het apparaat van de muur en slaat het kapot op de stellage die overbleef van de tafel. "Servies? Mooi servies? Vuile teringkankerhoer?" Daar gaat de porseleinkast. Hij trekt het hele ding van de muur, het rinkelt en kinkelt of het een lieve lust is.

"En nou trek je je bek los, of er gebeuren ongelukken Ik ben niet bang hoor, voor de dood!"

Zie je wel.

Waar blijft die kutpolitie…

De zus opent met de sleutel de voordeur, gaat terug naar binnen, ik hoor haar twijfelen op de bovenste treden van de trap.

"Heb jij daar een mes?"

Ik hoor het haar vragen en ik hoor ook meteen dat de man zijn agressie op haar richt. Dit gaat niet goedkomen, zo weet ik. Ik heb maar een seconde nodig om van die keldertrap op te staan en richting mijn eigen voordeur te gaan, maar het is al raak.

De zus maakt dat ze weg komt, de trap af, trekt de voordeur achter zich dicht en bonst op mijn voordeur: "Maak alsjeblieft open!"

Nog geen halve seconde later slaat de man dwars door het venster van de voordeur heen, ik grijp Noa, ik laat mijn hond niet voor het gedrag van een ordinaire hoer overhoop steken en zeg: "Stil!"

Laat het kreng nu een keertje luisteren…

Ze heeft al die tijd al onophoudelijk geblaft, ook zij had blijkbaar in de gaten dat hier zaken gebeurden die echt niet jofel waren, maar nu is ze stil.

Ik trek haar aan haar kraag de huiskamer in, sluit de huiskamerdeur.

Ik ben niet bang, ben echter wel op mijn hoede.

Ik heb al veel mensen op visite gehad die hebben moeten lachen om mijn riek. Die staat naast de voordeur in de hal. Caat is zelfs van de bank gerold van het lachen, toen ik haar liet zien dat alle vier de oude, ijzeren, roestige spaken, precies door mijn brievenbus passen.

Laat daar nooit in de nacht iemand op het idee komen om te spekken….

Ik pak de riek en denk dat de goede vriend een behoorlijk beetje moet kunnen steken, om mij, met mijn riek in de aanslag, te kunnen raken.

Ik trek de voordeur open en kijk in het vriendelijke gezicht van oom agent en ter plekke kijk ik naar mijn riek, zet het ding achter me tegen een muur en wijs met dezelfde hand naar boven: "Daar moet u zijn."

"Met zijn hoevelen zijn ze?"

"Exe9n amokmaker en die is niet vrolijk."

Ik sluit mijn voordeur, de telefoon gaat: "Waarom staat er zo'n smak politie bij ons op de stoep?"

Dan zie ik het pas, drie wagens, zes agenten en inmiddels een behoorlijke sloot volk en ik schiet in de lach. "Ze komen voor de bovenbuurman, die's een beetje boos."

Twee agenten gaan naar boven, de andere vier spreken met de mensen die hij zojuist zijn huis uitgeslagen heeft.

Het is ineens opmerkelijk stil, tijd voor mijn plekje in de opening van de kelderdeur. Wat gebeurt daar?

"Ach ik heb een beetje te veel gedronken, niks aan de hand…"

De agenten hoeven niks te sussen, hij is de kalmte zelve.

Hij spreekt me altijd aan met u. Ook nadat ik bij herhaling gezegd heb dat ik Josina heet en dat hij me best jij kan noemen. Hij blijft plechtig u zeggen.

Ik had ook eens zo'n buurvrouw. Haar kinderen moesten elk bezoek een hand geven en u blijven zeggen. "Kutoma", mocht echter wel, wanneer grootmoeder van het tuinpad liep en niet het gewenste verjaarskado gebracht had.

Ik heb het dus niet zo op mensen met ultieme beleefdheidsvormen. Doe maar gewoon fatsoenlijk, zou ik zeggen.

Vandaag is het masker van het fatsoen bij de bovenbuurman van het gelaat gegleden en die zet hij wat mij betreft nooit meer terug.

Ik ga maar eens een kopje koffie zetten, het feest is voorbij.

Buiten vraagt de politie of er nog mensen zijn die aangifte willen doen.

"Aangifte tegen je eigen broer? Aangifte tegen je ex-man? Nee, dat kan je niet maken, dat gaan we niet doen."

Allemaal schudden ze het hoofd.

De bovenbuurman wil op weg gaan. Waarnaartoe wil hij niet zeggen. De politie houdt hem net voor mijn voordeur staande, het glas knispert onder de schoenen. "Laat mij los, ik wil gewoon weg hier."

"Maar wij zijn nog niet helemaal klaar met u."

"Kan me niet schelen, ik wil en ik ga weg."

"U gaat helemaal nergens heen."

En dan, zo verraderlijk als strakjes, slaat de waanzin weer toe, hij haalt uit en tikt een agent op zijn koker.

Vier agenten zijn er nodig om de volslagen krankzinnige man te beteugelen. Het wordt een vechtpartij waar de vonken vanaf vliegen.

In de oranje-wit gestreepte strandstoel, die ik eigenlijk kocht voor decoratie, ligt een knaap in mijn inmiddels lommerrijke voortuin, dit op zijn gemakje te bekijken. Recht voor de neus, politiemacht en een opstandeling, die niet van plan is op te geven ook nog. De een na de ander begint zich er mee te bemoeien, de ravage is compleet.

Mooi man.

En dxe1xe1r kijk ik dan weer naar en grinnik voor de tweede keer vandaag.

Ik breng het jonge kind dat nog steeds op het stoepje zit een ijsje.

"Komt papa weer terug?"

"Papa komt weer terug, dat weet ik zeker."

Familieleden ontfermen zich over het kind.

De bovenbuurman verlaat, ten overstaan van de hele straat die uitgelopen is om te komen kijken naar wat er aan de hand is, geboeid en wel mijn voortuin.

Ik sluit de kelderdeur, dit was een mooi feestje. Ik hoor op de bovenverdiepng nog wel geveeg van scherven en het schuiven met dingen, maar ach, de pret is er af, ik ga iets anders doen.

Dan gaat de voordeurbel, het is de zus van de buurman, of ik even met haar wil praten.

Dat wil ik, ik schuif een stoel bij in de voortuin.

"Ik ga er van uit dat je wel het een en ander meegekregen hebt, maar ik wil je op de hoogte brengen van de ernst van deze situatie. Trouwens, weet jij we de politie gebeld heeft?"

"Dat was ik."

"Dat heb je goed gedaan, maar je bent niet de enige hoor, mijn vriend heeft ook alarm geslagen. Onze moeder ook. En denk niet dat ik boos ben of zo, dat je strakjes de voordeur niet opengedaan hebt, mijn broer is uitermate gevaarlijk, daarom heb ik het ook op een rennen gezet."

Ze zwijgt even.

"Je moet weten Josina, mijn broer stapt binnenkort uit het leven, wij als familie weten dit, maar wij moeten maar steeds raden, waar en hoe. Hij loopt al jaren  weg voor de hulpverlening, wordt met de dag agressiever en wat ik vandaag gezien heb, voorspelt niet veel goeds. Hij heeft alles, echt alles in huis, kort en klein geslagen. Liep te zwaaien met een mes. Hier gaan ongelukken van komen."

Dan vraag ik maar gewoon het eerste dat in me op komt: "Hebben jullie een goede begrafenisverzekering?"

Ik had haar net zo goed met een hamer op haar dakpan kunnen meppen, zo verbaasd is ze.

"Begrafenisverzekering?"

"Nou, als je weet dat het er aan zit te komen, dan regel je toch dingen?"

Ik weet het, ik ben te nuchter voor bepaalde delicate situaties.

"Dat weet ik niet", zegt ze.

"Kijk dat eens na dan."

Ik heb over deze kwestie maar weinig inhoudelijks toe te voegen.

Maar zij wel.

"Ik ben zo bang voor hetgeen er komen gaat. Ik durf niet meer naar huis vanuit mijn werk. Ik ben altijd bang."

"Dan moet je als de sodemieter een ander onderkomen regelen, blijf hier dan weg en nog eens wat. Wanneer de knop bij mensen wat betreft het al dan niet willen leven eenmaal om is, zet geen moedertjelief die meer terug. Spaar je krachten voor het moment dat het voorbij is."

Ze plukt wat aan haar tas en ik realiseer me voor de zoveelste keer in mijn leven dat ik geen beste gesprekspartner ben in sommige situaties, Ik breng mensen uit balans, schud ze door elkaar, toon ze de rauwheid van het bestaan onverbloemd. Soms in een dosis die zij niet verdragen kunnen.

Maar ik heb ook al geleerd, dat mensen mij niet voor niks kiezen, om mee te praten.

"Er lag een brief op tafel, vandaag", hervat ze. "Een afscheidsbrief. Ik heb hem aan de politie gegeven. Ik hoop dat zij nu iets voor ons als familie kunnen betekenen. Of voor hem. Gelukkig hebben ze hem meegenomen, misschien wordt hij nu ergens opgenomen of zo."

Het is negen uur in de avond, de achterdeur klapt dicht, er steekt een storm op. Ik sluit de vensters, ontsteek de lampen. Al lang voordat normaal gesproken de duisternis valt, wordt het aardedonker. Is dit het noodweer dat men al heel de dag voorspelt?

Vlak voordat ik de rolgordijnen laat zakken, arriveert de bovenbuurman, mxe8t ex en mxe8t kind.

Ik kan voor het eerst vandaag, mijn ogen niet geloven.

 

 

 

 

 

28 June 2011
By on 19:34