Laat ik zeggen dat ik het al geleerd heb, lezers zijn genuanceerde denkers. Wanneer je goed in staat bent te lezen, word je gedwongen jezelf in andermans situatie te verplaatsen, of je wil of niet.
Dat rijpt.
Ik heb mensen gezien die gestopt zijn met lezen, zij stopten ter plekke ook met het zichzelf ontwikkelen.
Ik worstel.
Ik heb een kind dat de afgelopen jaren met de overtuiging geleefd heeft, dat het goed zou komen tussen de vader en de moeder. Er is nooit xe9xe9n woord over gesproken, maar ik weet dat het zo is. Dit kind ontloopt me nu.
Tien jaar geleden, ten tijde van de breuk, nam een broer me even apart. Dat was de broer die het spel feilloos in zijn vizier had, zich niet liet misleiden en hij sprak de volgende woorden: "Ach, Josje. Kon je maar met mij in de toekomst kijken. Ik kan je nu niet helpen maar ik kan je wel het volgende meegeven. Over tien jaar spreken we elkaar weer over dit onderwerp, dan bekijken we samen de groei."
Meer was het niet.
Daar kon ik het mee doen.
Maar ik had godzijdank de tegenwoordigheid van geest, me in deze woorden vast te bijten. Ik zou niet zoals zoveel vrouwen in mijn omgeving, wegzakken in wrok, bitterheid en stilstand.
Dacht heel geregeld aan mijn moeder, aan wat ze zei wanneer ik een door haar gesmeerde boterham met pindakaas neerbuigend terzijde schoof: "Denk eens aan de kinderen in Afrika. Zij hebben helemaal niets te eten."
Als kind verfoeide ik mijn moeder hierom, het maakte immers pindakaas niet lekkerder om te eten.
Zij gaf me echter een boodschap met een hxe9xe9l andere strekking, een strekking waarvan je de waarde pas vele jaren later kunt bepalen.
Met het grote ongeluk, pindakaas, dat je voorgeschoteld krijgt, mag je blij zijn dat je iets te eten hebt.
Ik heb het me eigen gemaakt om bij elke vorm van pech of ongeluk in het leven, de sterren waaronder dat ongeluk plaatsvindt, te zegenen. Want geloof het of niet, ik ben een geluksvogel. Wanneer de bliksem in slaat op mijn pad, breekt tegelijkertijd de hemel open. Hoe groter de pech, des te groter het geluk van de gewaarwording, dat het slechts om die pech gaat en niet heel veel erger. Meer dan geregeld ontspring ik een akelige dans.
De Man heeft me uitgenodigd bij hem thuis.
Ik verheug me er op. Eindelijk kan ik eens zien, hoe hij woont. Hoe iemand leeft zegt veel over de mens zelf, daarom.
Ik bereid me voor op een mannenhuis. Ik weet dat hij al een hele week bezig is zijn huis op te ruimen, hij zegt zelf dat hij er niet eerder de noodzaak van heeft gezien en dat doet me deugd. Ook geen gemor dus over mijn puinhoop in huis….
Wanneer ik de drempel overstap, stokt me de adem.
Dit is helemxe1xe1l geen mannenhuis, hier is duidelijk een vrouw aan het werk geweest.
"Dat klopt, C. was een scharrelaar, diepte overal wel wat op."
Ik heb het er met de Man over gehad, mijn geschrijf op het www. Ook of hij het bezwaarlijk vond.
"Op geen enkele manier, vraag me echter niet het te lezen. Ga ik lezen kan het zijn dat ik dingen goed- of afkeur en dat moeten we niet doen. Schrijf jij maar lekker wat je wil, zoals je wil."
C. moet je weten, was de echtgenote van de Man. Ging anderhalf jaar geleden een pilsje pakken in de stamkroeg op de hoek van de straat, stapte mis op een trapje, viel en stootte haar hoofd. Dat was om kwart over tien in de avond. De Man kreeg het verzoek naar het ziekenhuis te komen, de artsen hadden de conclusie 'hersendood' al getrokken. Om twee uur in de nacht gingen de stekkers er al uit, binnen een paar seconden stopte haar hart.
Over en sluiten.
Daar stond de Man, met drie jong volwassen dochters van haar aan zijn zijde.
Deze dochters echter, bellen hem gaandeweg deze middag die ik bij hem door breng, om de haverklap. Kleine wissewasjes, grote kwesties, zoals de schroef van een schapje die niet wil deugen en of papa, zo noemen ze hem, niet nog een lekker matras te leen heeft liggen.
Geduldig staat hij hen keer op keer te woord.
Ik realiseer het me. Het kxe0n wel, tweede pappies en mammies. Ik moet mijn eigen overtuiging op dit gebied duidelijk bij stellen.
Zijn oudste heb ik al ontmoet afgelopen week. Tijdens de vierdaagseweek. In ernstig doch vrolijk beschonken toestand: "Zo zeg! Hoe oud ben jij wel niet? Doe je nog wel eens iets aan sport? Denk het niet hxe8…."
Zo een.
Met ieder ander had ik de vloer aangeveegd om zo veel onbeschaafdheid, maar ik houd braaf mijn kaken op elkaar. Toen ze haar partner belde en een luidruchtige scheet liet in haar mobieltje en vervolgens de verbinding verbrak, keek ze me met duivels genoegen aan: "Ben je nog niet weg? Je moet weten dat ik alle nieuwe mammies weg jaag, hou er maar rekening mee", gooit haar as vervolgens in mijn pindabakje waaiert weg zoals ze gekomen is.
"Zij lijkt op haar moeder", zegt de Man. Kijkt naar de grond.
"Ik zal haar zeggen haar excuses aan te bieden."
In het huis van de Man lijkt alles sinds het ontvallen van de vrouw, onaangeroerd.
Ik plof in de bank, kijk terwijl er koffie gezet wordt, op mijn gemakje rond. Prachtige kleuren in huis, mooie spulletjes. Nee, niets van de Hema, Blokker of Xenos. Alles lijkt zorgvuldig bij elkaar gescharreld en naarmate ik beter kijk, ontdek ik steeds andere, boeiende zaken. Geen spullen van, zo op het oog, grote waarde, maar allemaal wel bijzonder om naar te kijken. Ik ben in een echt kijkhuis terecht gekomen en kom ogen te kort.
Achter al het gexebtaleerde, staan onafzienbare rijen boeken. Van vloer tot het plafond. Daar kom ik dan maar eens voor overeind. Laat mijn ogen over de schrijvers glijden.
Zie je.
Ook al geen moderne schrijvers.
Opmerkelijk is wel, dat alles geordend is.
Zo chaotisch als zijn huis ingericht lijkt, zo in het gelid staan zijn boeken. Religie bij religie, wetenschap bij wetenschap, techniek bij techniek, planten bij planten.
Nee, de grote wereldzaken, Oslo, opkomend fundamentalisme in het Israxeblische leger ( Je weet wel, de betalende achterban van GW), raken me niet vanmiddag, ik heb het veel te druk met mijn getimmer van mijn white picked fence. Om xe9xe9n vierkante meter, precies genoeg voor hem en mij om op samen te zijn.
Dan ineens kijkt hij op: "Wat dacht je van een ritje op Bertha?"
"Het weer is een beetje druilerig, ik ben er niet op gekleed."
"Momentje", en hij verdwijnt naar de hal.
Zet even later een paar laarzen voor me neer en ik hoor het meteen aan zijn stem. Die klinkt een opmerkelijk stuk zachter dan voorheen: "Wil je ze eens passen?"
Een miljardste van een seconde later weet ik het.
Ze zijn van C.
Ook haar motorkleding en laarzen lagen blijkbaar nog steeds voor het grijpen in de hal en ik overweeg.
Is de man superdom of superslim…..
En meteen overspoelt me de vraag: "En…. Hoe groot ben jij nou eigenlijk helemaal, Janssen?"
Ik kijk de Man aan.
Hij kijkt terug.
"Doe maar, probeer maar of ze passen." Geen spoor van onoprechtheid.
Doe mij als mens een paar schoenen kado en ik ben gelukkig, nu breekt mijn hart wanneer ik de klittenbanden van de aangereikte laarzen lostrek.
Mijn voeten glijden op hun plaats alsof de laarzen voor me gemaakt zijn, ze moeten echter weer even uit, omdat eerst de broek aan moet.
Broek aan, laarzen aan, motorjack aan en dan komt de helm. Daar heeft hij al eens over verteld. Mxe8t communcatiesysteem. "Kan je lekker babbelen met elkaar."
Dan zie ik iets bij de man dat me raakt.
Ik sta ik hxe1xe1r kleding, hxe1xe1r laarzen en met hxe1xe1r helm op tussen al hxe1xe1r spullen. Er is niets meer van me te zien, alleen mijn handen.
Ik kan me voorstellen dat zo'n beeld je als man raakt, je zou van steen moeten zijn, zou zoiets je niet raken.
Ik strijk met de rug van mijn hand langs zijn wang: "Kom, we gaan."
"Ja, we gaan"
Bertha heeft er zin in, start zxe9xe9r tegen haar gewoonte in al de eerste keer, we rijden door het centrum van Nijmegen richting Beek en Ubbergen, daar draaien we de Ooijpolder in.
De Ooijpolder zo moet je weten is het grootste vogelbroedgebied van West-Europa en erger nog, ik ben er nog nooit geweest. Er komen mensen hier kijken vanuit de meest bizarre windstreken en ik, schaam je Janssen, heb nog nooit de afslag polder gekozen.
Gaandeweg het ritje, beetje pruttelen over de dijk, realiseer ik me dat dit dus de aantrekkingskracht herbergt, die motorrijders doet zwichten voor zo'n apparaat.
Je ruikt, hoort en ziet xe0lles.
Zo zie je maar, zou mij nog maar twee weken geleden iemand verteld hebben dat ik zou gaan genieten op een motor, in de kleding van een onlangs overleden vrouw, zou ik die persoon weggezet hebben als een macabere dwaas.
Maar ik geniet wanneer ik ik mijn ooghoek een bekende naam voorbij zie komen.
"Stop! Hier wil ik even iets drinken."
Oortjeshekken.
Huiskamercafxe9 midden in de polder.
Mijn vader Lambert kwam hier graag een borreltje drinken na een middagje vissen of zo maar, natuur kijken, fotograferen. Ik zelf ben er nooit geweest, hier wil ik best even neerstrijken en dat doen we.
Nou, huiskamercafxe9 kun je inmiddels wel vergeten, dit is een gestreamlijnd bedrijf geworden, meer dan honderd zitplaatsen buiten xe8n binnen ook nog eens. Kunnen ze gemakkelijk hebben, er is plaats genoeg.
De Man kijkt soms wat droef, dan laat ik hem zijn eigen gedachten, ik op mijn beurt kijk met genoegen naar een oude dame die uit een wrak van een auto stapt.
Aangezien er niets op het terras geserveerd wordt, je moet alles binnen aan de bar halen, loopt ze langs me af, krijg ik de kans haar goed te bekijken.
Sommige mensen hxe8bben het gewoon.
Stijl.
Gratie.
Geen juwelen, geen couture, maar wel degelijke schoenen, fraai gestreken pantalon, colbertje, los geborsteld, goed gesneden haar.
Wanneer ze even later naar buiten komt heeft ze koffie en koek op haar tableautje. Ze gaat aan het tafeltje voor ons zitten. De koek verkruimelt ze op haar gemakje en daar kijk ik naar. Waar is zij mee bezig?
De Man is ook weer bij de mensen en wij komen te spreken over bruiloften. Ik vertel hem over de mijne. Over hoe ik uit protest trouwde in een spijkeroverall met daaronder rode basketbalschoenen. En dat ik tegen de ambtenaar van de burgerlijke stand zei na zijn: "U mag de bruid kussen." "Dat maak ik zelf wel uit."
De Man grinnikt. Vertelt over de bruiloftsverwachtingen van zijn toenmalige aanstaande schoonfamilie. "Vooral grote auto's."
"Nou, ik heb ze een plezier gedaan. Met zijn allen in de stadsbus…."
De oude dame kijkt niet op of om, maar ik zie haar grinniken. Zij krijgt iets van ons gesprekje mee en dat kan ook niet anders, er wordt smakelijk gelachen.
Ik vraag de man waar zijn trouwringen gebleven zijn. Hij droeg ze een aantal dagen geleden nog.
"Afgedaan. In mijn broekzak. Die zal ik niet meer dragen."
De oude dame voor ons, strooit haar koekkruimels om de tafel waaraan ze zit. De mussen vechten op leven en dood en de dame draait zich half naar ons om: "Kijk. Dit zijn twee families mussen. Zie je? Een familie met een zwarte en een familie met een half zwarte kraag."
Zij geniet zichtbaar van de mussen en wij ook. Het is een fraai tafereeltje.
Dan besluit de dame dat het genoeg is voor vandaag, schuift haar stoel terug en kijkt nog eenmaal naar ons om: "Ik moet naar Berg en Dal. Da's ongeveer tien kilometer maar dat geeft niks. Vroeger deed ik dit ritje op de fiets, maar dat kan ik niet meer, daarom heb ik die krakbak. Die brengt me overal, komt net als ik al tien jaar vlekkeloos door de keuring. Ik groet u, goedemiddag!"
Zij leunt niet op haar wandelstok maar steekt hem voor zich uit. Of je maar aan de kant wil gaan.
Wij kijken haar, ieder met onze eigen gedachten na.
Dan zeg de Man: "Zo'n dame word jij later ook."
Overweegt even.
"En dan hoop ik dat ik nog steeds jouw hand vast mag houden."